Olivier van Beemen (Haarlem, 26 juli 1979) is sinds 2002 freelance correspondent in Parijs, op dit moment voor Het Financieele Dagblad en Elsevier. Ook werkt hij voor Historisch Nieuwsblad en Wordt Vervolgd (Amnesty International). Hij studeerde Frans en journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam.

Made in France

‘Hier ben je gemaakt,’ gaven mijn ouders mij ooit iets meer informatie dan strikt noodzakelijk. We stonden bij een wit hotel aan een plein in het plaatsje Kaysersberg, in de Oost-Franse Elzas. Ik moet een jaar of tien geweest zijn. ‘Het hotel had dunne muren,’ zei mijn vader. Ik probeerde niet te luisteren.

Ik werd geboren op 26 juli 1979 in Haarlem en ging naar de openbare Graaf Florisschool in het dorp Vogelenzang. In hetzelfde gebouw zaten de katholieken, die altijd meer leerlingen hadden dan wij. ‘Katholieken stinkfabrieken’, zongen we als we weer eens werden uitgemaakt voor ‘openbaren stinksigaren’. Af en toe werd er zelfs met stenen gegooid, daar in Belfast-aan-de-Leidsevaart.

Wereldredder

In Haarlem genoot ik zes jaar van alle geneugten van het Stedelijk Gymnasium aan het Prinsenhof. Het was de laatste school waar op zaterdag les werd gegeven. Bij het tweejaarlijkse referendum stemde ik steevast tegen zaterdagles, maar pas na mijn vertrek, in 2001, werd het afgeschaft. Een voorkeur voor Frans had ik niet echt.

In 1997 ging ik naar de Universiteit van Amsterdam. Het was mijn wereldredders-periode. Even heb ik overwogen Afrikanistiek te studeren in Leiden (waar ik onderwezen zou worden in de talen Swahili en Ewe – er was toevallig net iemand uit Togo die die taal sprak). Het werd culturele antropologie. Frans deed ik erbij en diende vooral om me verstaanbaar te maken in West-Afrika, want daar zou ik beginnen de wereld te redden.

Ik haalde mijn beide propedeuses in het eerste jaar, maar vond Frans leuker. In mijn tweede jaar ging ik naar de lieflijke mosterdstad Dijon, om de taal echt goed te leren en om geschiedenis te studeren. Terug in Amsterdam deed ik een jaar politicologie erbij en daarna een minor (nu master) journalistiek. Ik had het inmiddels tot  hoofdredacteur geschopt, van Le Brouhaha, het studententijdschrift van Frans.

Correspondent in Parijs

Dat wilde ik worden, wist ik al tijdens mijn studie. Bij journalistiek vonden ze dat ik het hoog van de toren blies: ‘Ga eerst maar eens naar een boerderij waar varkenspest is uitgebroken, of een brand verslaan. Zo leer je het vak.’

Toch werd ik na stages op de buitenlandredacties bij het AD en Het Parool op mijn 23ste freelancecorrespondent in Parijs. In het najaar van 2002 verhuisde ik. Een mazzeltje: Het Parool (dat toen nog met eigen correspondenten werkte) had niemand in Parijs zitten en werd mijn eerste opdrachtgever (tot 2005), Elsevier volgde in 2003. Sindsdien werk ik ook af en toe voor onder meer Knack, Historisch Nieuwsblad en Wordt Vervolgd. Tussen 2005 en 2009 bediende ik de regionale dagbladen van de GPD en sinds 2008 ben ik correspondent van het Financieele Dagblad.

Af en toe hoor je me ook op de radio, als Exit-Hollander bij BNN Today op radio 1, als zomercorrespondent op radio 6 of als invaller bij BNR. Ook was ik al eens NL-expert op de Franse televisie en radio, bij de nieuwszender i-Télé en op France Culture.

Venetiaans blond

De afgelopen jaren heb ik talrijke beroemde en minder beroemde Fransen geïnterviewd. Tot de eerste categorie horen Michel Houellebecq, Jean-Marie Le Pen, Alain Juppé, Christine Lagarde, José Bové en ‘kroonprins’ Charles Napoleon. Reportages brachten me naar alle uithoeken van het land: van het hoge noorden met de knuffel-Ch’tis, tot diep in de Provence. En van Bretagne tot de Elzas en Lotharingen. Ook deed ik verslag vanuit Corsica en nam ik een binnenlandse intercontinentale vlucht naar Frans Guyana.

Ik woon in de Marais, centraal in Parijs. Ik ben verslaafd aan sushi-Japanners op Rue Monsieur Le Prince in het zesde arrondissement en de sandwich big pletzl (uienbroodje met pekelvlees en pastrami, kaviaar van aubergine, augurken en humus) van Florence Finkelsztajn. Ik loop graag halve marathons en probeer een paar keer per week dertig à veertig baantjes te trekken in Piscine Pontoise of in het zwembad Suzanne Berlioux in de Hallen. Verder vindt mijn ex-kapper dat mijn haar niet rood is, maar Venetiaans blond.

Op de picknickfoto na zijn alle foto’s in de collage van Emile Gregoire