Archive for the ‘politie’ Category

Jiskefet naar Père Lachaise

Sunday, June 28th, 2009
[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=k1jsDnifEi4&hl=nl&fs=1]‘Luister nou even, dat is helemaal niet in de traditie van Jim.’ De Franse politie is onverbiddelijk.

Toon Hermans – Franse taal * Koot en Bie – Drugsbeleid * Rembo en Rembo – Franse flapdrol * Eddie Izzard – Learning French * Bill Maher over Francofobie

Mijn eerste boete

Wednesday, September 24th, 2008
Ça y est. Negentwintig jaar sinds deze zomer, nog steeds geen rijbewijs, maar wel een eerste verkeersboete. Vorige week was het zover, op het Place du Panthéon, op de fiets door rood, om de hoek bij het appartement waar ik een jaar geleden nog woonde.
Onverbeterlijk, zo noemde een vriend mij gisteren in een andere context, maar ook in dit geval is het een passende kwalificatie. Een keer of vijf ben ik in Parijs op heterdaad betrapt. De eerste keer vertelde ik de politie dat een rood stoplicht in Nederland genegeerd mag worden wanneer je rechtsaf slaat en dat ik dacht dat dat ook in Frankrijk het geval was, de tweede keer had ik mijn hoofd er niet bij na een tv-debuut op i-Télé (niet ver van de waarheid), een derde keer volstond een boze agentenblik met een waarschuwende vinger en recentelijk ontsnapte ik ternauwernood aan een dubbele prent van 180 euro.
Maar nu was het dus toch zover. Ik was op weg van de Marais naar de Jardin du Luxembourg voor mijn dagelijkse rondjes hardlopen. Ik zag een aantal politiewagens staan, maar was er van overtuigd dat het om verkeerspolitie (Police de la Circulation) ging. Dat zijn – met alle respect – Melketiers die doorgaans midden op een kruispunt het verkeer regelen terwijl de stoplichten naar behoren functioneren. Bovendien moeten zij – voor zover ik weet – een echte politieman inschakelen om over te gaan tot een bekeuring. Wel zie ik ze geregeld parkeerboetes uitschrijven, dus wellicht is dat veranderd. Enfin, ik heb nu even geen zin dat uit te zoeken (dat mag op een blog).
Hoe dan ook, ik negeerde het stoplicht dat mij van de Rue Clovis naar de Place du Panthéon leidde in de veronderstelling dat de Melkertagenten dat a) niet doorhadden en b) dat zij mij toch niet mochten bekeuren. Een dubbele misrekening.
De Police de la Préfecture (in principe dezelfde politie maar in het bezit van andere autootjes en meer rechten) maande me te stoppen. Net als de vorige keer had ik geen geldige identificatie bij me. Sterker nog: omdat ik zou gaan hardlopen had ik nog geen vodderige klantenkaart met mijn naam erop.
Ik vreesde voor een roemloze aftocht naar het bureau, maar mocht gewoon mijn naam en adres opgeven. Gezagstrouw als ik ben, gaf ik de juiste gegevens op. Met mijn vriendelijkste gezicht vroeg ik of het niet bij een waarschuwing kon blijven, maar de agente was onvermurwbaar. Ze verdween naar haar auto om een bon uit te schrijven.
Na lang wachten kwam ze terug met de prent. Ze bleek me te matsen. Ik kreeg geen boete voor door rood fietsen (90 euro), maar voor ‘het negeren van een oranje licht terwijl ik alle mogelijkheid had daarvoor te stoppen’. Bon, als dat de waarheid was, zou ik pas echt gefrustreerd zijn, maar in dit geval vond ik het wel een vriendelijke geste. Bovendien kost deze overtreding niet meer dan 22 euro. Bij het vakje ‘ik ontken de mij ten laste gelegde feiten’ of ‘ik geef toe’, gaf ik huichelachtig toe.
Het klinkt wellicht vreemd, maar met een zekere trots fietste ik met mijn boete in de joggingbroek door naar het park, waarna ik bij thuiskomst direct een cheque uitschreef. Van de 68 euro winst gingen vriendin en ik die avond naar de sushi-Japanner.

Je vous souhaite une bonne journée

Friday, June 13th, 2008
Nadat ik woensdag tijdens een geslaagd etentje bij Nederlandse vrienden behalve een verrukkelijke tonijn de belangwekkende kennis tot me genomen had dat oud-premier Dries van Agt stilstaand op zijn fiets zijn evenwicht kan bewaren, dacht ik gisteren: wat van Agt kan, kan ik ook.
Wachtend voor een stoplicht op de Rue Saint-Honoré hield ik het best een tijdje vol. Helaas, na pakweg een halve minuut hefitge stuurbewegingen moest ik mijn linkervoet op de grond zetten. Vrijwel tegelijkertijd voelde ik een hand op mijn schouder. Een collega-fietser die respect betuigde voor het vertoonde?
Neen, de lange arm der wet. Ik stond namelijk te wachten na het zebrapad van de voetgangers en had daarmee het rode stoplicht genegeerd. En bovendien was ik enkele honderden meters eerder ook al door rood gereden.
‘Papieren alstublieft’. Oeps, ik heb nooit meer een ID-kaart aangevraagd sinds de hardhandige beroving in de banlieue vorig najaar, had geen paspoort op zak en kon me dus formeel niet identificeren, wat net als in Nederland op zich al strafbaar is. Op naar het bureau dus, zei de agent.
Wel had ik mijn officiële perskaart bij me, uitgegeven door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Toen ik die toonde, sprak de agent de mysterieuze woorden: Ça ne va pas arranger les choses.
Wat bedoelde hij? Dat ik niet moest denken als persmuskiet vrijuit te gaan. Dat ze me extra hard aan zouden pakken? Dat het geen geldige ID is (hetgeen waar is). Ik moest mijn fiets voor de apotheek staan en mijn zakken legen. Mijn nationaliteit was vastgesteld en logische vraag was nu of ik geen substances illicites bij me had.
Die had ik gelukkig voor één keer thuisgelaten, dus er viel me verder weinig te verwijten. Nu ging de agent me uitleggen welk risico ik zelf nam en vooral welk gevaar ik was voor hem en de Franse samenleving. Híj had geen zin om mij straks op te moeten ruimen als ik onder een auto lag, wat dan ook nog eens zou gebeuren op zíjn belastingcenten.
Een vrouwelijke agente was er inmiddels bij komen staan. Twee anderen keken toe vanuit de auto. De man bleef het woord voeren. Ik kon de boete direct pinnen en betalen. Twee rode lichten genegeerd à 90 euro: 180 euro. Het eerste stoplicht, dat ik me om eerlijk te zijn nauwelijks herinnerde, kon ik moeilijk aanvechten: ‘Ik zat met mijn hoofd in de wolken’, probeerde ik nog wel. ‘Je fietst met je hoofd op de schouders’, was het gevatte antwoord.
De tweede 90 euro vond ik echter onrechtvaardig. Ik stond juist te wachten. Ok, misschien na het zebrapad, maar ik wachtte echt tot het groen zou worden.
‘En waarom zette u uw benen dan niet op de grond?’, vroeg de agent. Tja, kom dan maar eens met Dries van Agt aanzetten. Ik: ‘Het was een spelletje dat ik vaker speel voor het stoplicht.’ Agent: ‘In Frankrijk spelen we geen spelletjes voor het stoplicht’.
Ai, daar was nauwelijks een speld tussen te krijgen. De moed zakte me in de schoenen. 180 euro: mijn verhaal waarmee ik gisteren bezig was over (het gebrek aan) voetbalbeleving in Frankrijk, zou me op die manier nog maar weinig opleveren…
Toen sprak de agent de enige vriendelijke woorden in ons gesprek. Je vous souhaite une bonne journée, Monsieur. En hij liep terug naar de politiewagen. Geen politiebureau, geen bon, geen pinautomaat, zelfs geen naam genoteerd. Naast elkaar stonden we te wachten voor het stoplicht. Ik hield beide benen aan de grond en stond geen centimeter op het zebrapad.
Was het toch mijn perskaart?

Foto: le niners

Gendarme in korte broek

Friday, February 22nd, 2008
Gendarmes in korte broek, nabij het strand van Kourou.

Of het hun autoriteit ten goede komt, is de vraag. Echt sexy is het ook niet, als je het mij vraagt. Hoe dan ook, de gendarmes in Frans Guyana dragen korte broeken. Dat hadden ze in Saint-Tropez ook wel gewild.

Aangifte op het politiebureau

Saturday, December 1st, 2007

Les victimes d’infractions pénales bénéficient d’un accueil privilégié

Een bevoorrechte ontvangst zou me gisteren staan te wachten op het politiebureau van Juvisy volgens artikel 4 van de verklaring van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daar deed ik aangifte van mishandeling en diefstal een dag eerder in La Grande Borne in Grigny.

Eerst reis ik terug naar de buurt zelf, in gezelschap van collega en vriend Stefan de Vries, correspondent voor onder meer BNR Nieuwsradio, om mijn fiets op te halen. Met trein en bus reizen we naar La Grande Borne. Uiteraard ben ik angstiger dan normaal, zeker als we groepjes jongeren passeren. Het verloopt probleemloos. Boven de buurt vliegt een politiehelikopter.
Het politiebureau is in de nabijgelegen voorstad Juvisy sur Orge. Het welkom is bemoedigend: ‘Ik hoop dat we uw aangifte kunnen ontvangen.’ Maar zeker weet hij dat niet. De man vindt dat journalisten veel te vaak over voorsteden schrijven en raadt me af alleen dat soort buurten in te gaan. ‘Wat er nu in België aan de hand is, dat is toch ook heel erg.’
Na drie kwartier wachten word ik ontvangen door een agente. Ze heeft niet veel zin in mijn aangifte. Ze belt met een andere agent tegen wie ze zegt dat ze eigenlijk al thuis had moeten zijn.
Ze luistert naar mijn verhaal, maar vindt het allemaal maar niets. Waarom ben ik in vredesnaam naar La Grande Borne gegaan? Waarom ben ik gisteren niet meteen gekomen? Ze zucht meerdere malen. ‘J’en peux plus,’ zegt ze tegen een vriendin die ze belt dat ze wat later komt. ‘Ik kan er niet meer tegen’.
Wanneer ik vertel dat ik de haat in de ogen van een van de jongens zag, kijkt ze ongeïnteresseerd. ‘Ik wil graag feiten horen,’ zegt ze. Ze reageert geïrriteerd als ik zeg niet zeker te zijn of het vier of vijf jongens waren. ‘Dat past niet in mijn computer.’ Tegen een agent die langskomt, zegt ze: ‘Er is een lange beschrijving bij dit verhaal. Daar ben ik nog wel even zoet mee’. Putain, antwoordt hij vol medeleven.
Verder vraagt ze bezorgd waarom ik aantekeningen maak (ik antwoord dat ik met haar meeschrijf) en zegt ze dat journalisten het altijd maar beter denken te weten als ik af en toe kritisch ben. Zo wil ze me laten verklaren dat ik de jongens niet goed gezien heb. Dat heb ik wel, antwoord ik, ik kan alleen niet meer goed beschrijven hoe ze eruit zien. Een irrelevant verschil, vindt ze.
Ik wil details geven over het uiterlijk van de jongen die ik het duidelijkst gezien heb, maar de agente vindt dat onnodig. ‘Ik weet waar ik mee bezig ben’, zegt ze.
Het proces-verbaal zit barstensvol spelfouten. Ik zal het binnenkort misschien inscannen. Ook het merk van mijn gestolen computer heeft ze verkeerd geschreven: Appel in plaats van Apple. Ik vraag of dat geen probleem is. ‘Als ik snel typ, kan er af en toe een foutje in zitten. Dat is niet erg,’ antwoordt ze.
We krijgen nog bijna ruzie als ik opmerk dat ze wel eens mag ophouden met zuchten en wellicht iets vriendelijker zou mogen zijn. Het was misschien niet zo slim van me alleen die buurt in te gaan, maar dat is nu gebeurd en ik doe aangifte van een geweldsmisdrijf. Ik zeg dat ik begrijp dat het vervelend is dat ze langer door moet werken, maar dat dat ook weer niet echt mijn fout is. Daarop ontkent ze dat ze zucht en vermoeid is.
We bekijken mogelijke daders op de computer. Ik krijg 57 zwarte, soms piepjonge jongens te zien uit heel Frankrijk, maar weet zeker dat hij er niet tussen zit.
Ik vraag wat er verder te gebeuren staat. Het gaat rond langs alle politiebureaus, zei ze. Een actieve zoektocht naar de daders zal niet plaatsvinden.

Enkele reageerders her en der op internet betwijfelen of me daadwerkelijk iets overkomen is omdat ik schrijf over een paar schrammetjes. Ik weet dat ik hen eigenlijk niet serieus zou moeten nemen, maar kan ze desalniettemin enigszins gerust stellen: ik bleek na een nacht slapen een blauw oog te hebben, en bloeduitstortingen op mijn voorhoofd, rechteroor en in mijn nek. Verder hartelijk dank aan iedereen die bemoedigende reacties en e-mails heeft verstuurd.