Archive for the ‘geweld’ Category

Geweld in de nachtbus

Monday, April 13th, 2009
Arme F.G., een 19-jarige Sciences-Po student. In december werd hij beroofd en mishandeld in een Parijse nachtbus (Noctilien N01, een cirkellijn die de hele nacht door het centrum rijdt) en nu camerabeelden daarvan op internet zijn opgedoken, gebruikt extreem rechts hem om te wijzen op het fenomeen antiblank racisme (onder meer hier), omdat een van de overvallers hem ‘vuile Fransman’ noemt. Volgens buschauffeurs is dit soort overvallen aan de orde van de dag in Parijs en omstreken.
In het enige interview dat de jongen zegt te geven, aan Le Figaro die hem als eerste opspoorde, zegt hij de gewelddadige overval niet als racistisch ervaren te hebben. Hij wijst erop dat een van de jongens een ‘zeer bleke huid’ heeft. Hij baalt ervan dat hij nu de inzet is van een polemiek en voelt zich zeer gekwetst door het filmpje dat overal te zien is. Fysiek heeft hij er weinig aan overgehouden en hij neemt zelfs weer de nachtbus.

Misdaad neemt af, vooral op papier

Thursday, January 10th, 2008
Op oudjaarsnacht verbrandden geen 372 auto’s, zoals aanvankelijk gemeld werd,
maar 878. Hier twee uitgebrande auto’s in Putaux, bij Parijs. Foto: Grébert.

Frankrijk is stukken veiliger dan voorheen… zolang je de criminaliteitscijfers maar halveert. Vandaag blijkt dat op oudjaarsnacht ruim twee keer meer auto’s in de fik zijn gestoken dan de politie officieel meldde. Het is voor president Sarko en minister van Binnenlandse Zaken MAM (Michèle Alliot-Marie) te hopen dat het om een uitzondering gaat.
Sarkozy, die er prat op gaat dat hij Frankrijk veiliger heeft gemaakt als minister van Binnenlandse Zaken (2002-2004 en 2005-2007), is vaker beschuldigd van manipulatie van de cijfers. Om duistere redenen zouden talrijke aangiften van misdrijven niet meegerekend worden in de officiële misdaadcijfers. Bovendien stijgt het aantal gemelde persoonsmisdrijven nog steeds. Zelf ondervond ik eind november helaas ook dat je niet overal in Frankrijk fijn je ding kunt doen…

Aangifte op het politiebureau

Saturday, December 1st, 2007

Les victimes d’infractions pénales bénéficient d’un accueil privilégié

Een bevoorrechte ontvangst zou me gisteren staan te wachten op het politiebureau van Juvisy volgens artikel 4 van de verklaring van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daar deed ik aangifte van mishandeling en diefstal een dag eerder in La Grande Borne in Grigny.

Eerst reis ik terug naar de buurt zelf, in gezelschap van collega en vriend Stefan de Vries, correspondent voor onder meer BNR Nieuwsradio, om mijn fiets op te halen. Met trein en bus reizen we naar La Grande Borne. Uiteraard ben ik angstiger dan normaal, zeker als we groepjes jongeren passeren. Het verloopt probleemloos. Boven de buurt vliegt een politiehelikopter.
Het politiebureau is in de nabijgelegen voorstad Juvisy sur Orge. Het welkom is bemoedigend: ‘Ik hoop dat we uw aangifte kunnen ontvangen.’ Maar zeker weet hij dat niet. De man vindt dat journalisten veel te vaak over voorsteden schrijven en raadt me af alleen dat soort buurten in te gaan. ‘Wat er nu in België aan de hand is, dat is toch ook heel erg.’
Na drie kwartier wachten word ik ontvangen door een agente. Ze heeft niet veel zin in mijn aangifte. Ze belt met een andere agent tegen wie ze zegt dat ze eigenlijk al thuis had moeten zijn.
Ze luistert naar mijn verhaal, maar vindt het allemaal maar niets. Waarom ben ik in vredesnaam naar La Grande Borne gegaan? Waarom ben ik gisteren niet meteen gekomen? Ze zucht meerdere malen. ‘J’en peux plus,’ zegt ze tegen een vriendin die ze belt dat ze wat later komt. ‘Ik kan er niet meer tegen’.
Wanneer ik vertel dat ik de haat in de ogen van een van de jongens zag, kijkt ze ongeïnteresseerd. ‘Ik wil graag feiten horen,’ zegt ze. Ze reageert geïrriteerd als ik zeg niet zeker te zijn of het vier of vijf jongens waren. ‘Dat past niet in mijn computer.’ Tegen een agent die langskomt, zegt ze: ‘Er is een lange beschrijving bij dit verhaal. Daar ben ik nog wel even zoet mee’. Putain, antwoordt hij vol medeleven.
Verder vraagt ze bezorgd waarom ik aantekeningen maak (ik antwoord dat ik met haar meeschrijf) en zegt ze dat journalisten het altijd maar beter denken te weten als ik af en toe kritisch ben. Zo wil ze me laten verklaren dat ik de jongens niet goed gezien heb. Dat heb ik wel, antwoord ik, ik kan alleen niet meer goed beschrijven hoe ze eruit zien. Een irrelevant verschil, vindt ze.
Ik wil details geven over het uiterlijk van de jongen die ik het duidelijkst gezien heb, maar de agente vindt dat onnodig. ‘Ik weet waar ik mee bezig ben’, zegt ze.
Het proces-verbaal zit barstensvol spelfouten. Ik zal het binnenkort misschien inscannen. Ook het merk van mijn gestolen computer heeft ze verkeerd geschreven: Appel in plaats van Apple. Ik vraag of dat geen probleem is. ‘Als ik snel typ, kan er af en toe een foutje in zitten. Dat is niet erg,’ antwoordt ze.
We krijgen nog bijna ruzie als ik opmerk dat ze wel eens mag ophouden met zuchten en wellicht iets vriendelijker zou mogen zijn. Het was misschien niet zo slim van me alleen die buurt in te gaan, maar dat is nu gebeurd en ik doe aangifte van een geweldsmisdrijf. Ik zeg dat ik begrijp dat het vervelend is dat ze langer door moet werken, maar dat dat ook weer niet echt mijn fout is. Daarop ontkent ze dat ze zucht en vermoeid is.
We bekijken mogelijke daders op de computer. Ik krijg 57 zwarte, soms piepjonge jongens te zien uit heel Frankrijk, maar weet zeker dat hij er niet tussen zit.
Ik vraag wat er verder te gebeuren staat. Het gaat rond langs alle politiebureaus, zei ze. Een actieve zoektocht naar de daders zal niet plaatsvinden.

Enkele reageerders her en der op internet betwijfelen of me daadwerkelijk iets overkomen is omdat ik schrijf over een paar schrammetjes. Ik weet dat ik hen eigenlijk niet serieus zou moeten nemen, maar kan ze desalniettemin enigszins gerust stellen: ik bleek na een nacht slapen een blauw oog te hebben, en bloeduitstortingen op mijn voorhoofd, rechteroor en in mijn nek. Verder hartelijk dank aan iedereen die bemoedigende reacties en e-mails heeft verstuurd.

Mishandeld en beroofd in La Grande Borne

Friday, November 30th, 2007
Tijdens een reportage overdag in een Franse voorstad, ben ik slachtoffer geworden van een gewelddadige beroving door een groepje van vier of vijf jongeren. Hier het uitgebreide verhaal.

Bibliothecaris Julien heeft het idee dat het echt beter gaat met de buurt La Grande Borne in Grigny. De voorstad, die in het verleden regelmatig in het nieuws kwam door rellen en buitensporig vandalisme, is een van de meest beruchte achterstandsbuurten rond Parijs.
Julien herkent me nog van een eerder bezoek en negeert de gemeenteregel dat ambtenaren eerst toestemming moeten vragen voordat ze met een journalist mogen spreken. ‘Er wordt een groot nieuw sociaal centrum gebouwd voor buurtverenigingen en er komt een nieuwe weg door de afgesloten buurt om weer wat leven in de brouwerij te brengen,’ onderbouwt hij zijn optimisme.

Boekverbranding
Ik ben de afgelopen twee jaar al een keer of vijf in Grigny geweest. Begin vorig jaar had ik zelfs het idee me er een tijdje te vestigen in de hoop zo’n banlieue nu eens echt goed te leren kennen. Na een paar dagen werd dat plan bruut verstoord door de studentendemonstraties in Parijs tegen het jongerencontract CPE.
De wijk ziet er ook nu, een jaar na mijn laatste bezoek, troosteloos uit, vooral op een druilerige dag als deze. Wel valt me op dat er steigers bij een muur staan en dat er inderdaad een sociaal centrum wordt gebouwd. Iets van alle miljarden die de overheid keer op keer belooft, komt dus wel degelijk in de buurten terecht.

Ik laat mijn verhaal beginnen in de bibliotheek. Tijdens het geweld begin deze week zijn in Villiers-le-Bel bij Parijs en in Toulouse net als twee jaar geleden bibliotheken in brand gestoken. Bibliotheken. Kenniscentra, die de bevolking juist kunnen helpen in hun zoektocht naar een betere toekomst.
Volgens Julien moet je geen symbolische waarde hechten aan de boekverbrandingen. ‘Die jongens verbranden simpelweg wat ze tegenkomen. De auto van hun buren, de winkel waar hun ouders werken. Ze hebben het vooral voorzien op alles wat de staat vertegenwoordigt: de bus die hun buurt bedient, scholen en dus ook bibliotheken. Vaak hoor je diezelfde mensen klagen dat de staat nooit iets voor ze doet.’
In de bibliotheek zitten vier oude dametjes uit het bejaardenhuis thee te drinken. Verder is het vrijwel leeg. ‘We hebben ongeveer honderd regelmatige bezoekers,’ zegt Julien. De buurt telt 13.000 inwoners. ‘Toch moet je het belang niet onderschatten. Ik zie dat mensen hier opbloeien, vooral meisjes. Bovendien is er de sociale functie, kijk maar naar die oude vrouwen.’

Jij bent van de politie
Buiten maak ik wat foto’s van de bibliotheek voor bij het verhaal. Ik loop door de buurt, spreek enkele mensen aan en bezoek de groenteboer en het internetshopje vanwaar ik veel geblogd heb anderhalf jaar geleden. Erg spraakzaam zijn de meesten vandaag niet.
Het loopt tegen half vijf, tijd om mijn verhaal te schrijven en door te sturen naar de kranten. Toch zou het leuk zijn nog een enthousiaste jonge bibliotheekbezoeker in het verhaal te hebben. De scholen zijn uit en ik besluit nog even snel langs te gaan om te zien of het wat drukker is.
Op het plein voor de bibliotheek komt een jongen op een fiets op me af. ‘Jij bent van de politie met je fototoestel.’ Drie of vier anderen, allen met zwarte huidskleur en wijde kleren met capuchon, voegen zich bij hem.
Een klein mannetje – misschien is hij pas 14, misschien ook wel 18 – komt op me aflopen, gedekt door de anderen. ‘Ik nam foto’s van de bibliotheek’, zeg ik. ‘Ik ben bezig met een verhaal over het belang van een bibliotheek in de buurt. Ik laat jullie mijn perskaart zien.’
Het maakt geen indruk. In de ogen van de jongen zie ik haat, zoals ik die nog nooit gezien heb. Onder zijn capuchon heeft hij zijn ogen bijna dichtgeknepen. Toch kijken ze intens naar me. Hij begint te slaan.
De anderen volgen. Ze proberen met de opening van een trappenhuis pal naast de bibliotheek binnen te duwen, een cage d’escalier. Even tevoren heb ik de poëtische graffititeksten daar nog genoteerd: Fuck la police pour la vie. Ik neuk ze in hun reet.
Uit krantenartikelen en van televisie weet ik dat in de donkere, naar urine stinkende trappenhuizen de ergste dingen gebeuren: geweldsmisdrijven, berovingen, groepsverkrachtingen. Daar moet ik buiten zien te blijven.
Met z’n vier of vijven slagen ze er toch in mij erin te duwen. Ze schoppen en slaan me, waarbij ze het vrijwel uitsluitend op mijn hoofd voorzien hebben. Ik schreeuw om hulp en denk dat omstanders – het is nog licht – me gehoord moeten hebben. Hulp komt niet.
Mijn fototoestel en laptop – ik wilde het verhaal direct vanaf een draadloze internetplek versturen om een uurtje tijd te winnen – in mijn rugtas heb ik dan opgegeven. Mijn portemonnee mogen ze ook hebben. Ze schoppen maar door: even vrees ik voor mijn leven.
Wanneer de buit onverwacht waardevol blijkt, neemt de druk iets af en kan ik naar buiten glippen. Ik ren de bibliotheek in. Een jongen wil me nog achterna, maar wordt tegengehouden door de anderen.
In de bibliotheek is de politie al gebeld. ‘We dachten dat het om huiselijk geweld ging.’ Dan grijpen ze blijkbaar niet in. Te gevaarlijk. Na ruim twintig minuten komt de eerste hulp. Nog later komt de politie. Behalve enkele schrammen op mijn voorhoofd, oor en lip blijk ik niets te mankeren.

Franse bureaucratie
De hulpverleners laten duidelijk blijken dat het om een alledaags vergrijp gaat. ‘Vorige week nog een dametje met haar tas.’ Na veel aandringen vind ik iemand bereid die mij een telefoon leent om naar Nederland te bellen om naasten op de hoogte te stellen en mijn bankpassen te laten blokkeren.
Aanvankelijk wil ik niet naar het ziekenhuis, maar later toch maar wel. Een man van de eerste hulp zegt dat dat niet meer kan. Ik heb immers al aangegeven dat ik het niet wilde. Ai, de Franse bureaucratie, ook nu. Uiteindelijk ‘mag’ ik dan toch. In de ambulance naar Evry.
Maar eerst nog even mijn fiets op halen, die nog op een parkeerplaats staat. Ik denk mijn fietssleutel kwijt te zijn, maar vind die later weer terug. De politie wil mijn fiets losknippen, waarna ik die in de bibliotheek mag zetten, maar krijgt het slot niet doorgeknipt. ‘Een Hollands slot hè’, luidt hun commentaar.
In het ziekenhuis gaat de bureaucratie door. Tot mijn verbazing moet ik wachten. Maximaal een half uur, wordt me gezegd. Dat vind ik best lang, voor iemand die net een traumatische ervaring heeft meegemaakt. Terwijl ik zit te wachten, voert de politie net een jongen af in handboeien. Zijn rechter broekspijp zit vol bloedspetters.

Trein naar Villiers-le-Bel
In een overvolle gang vol ellende moet ik uiteindelijk twee uur en een kwartier wachten, totdat een dokter in twee minuten hetzelfde constateert als de man van de eerste hulp. ‘Het beste gezondheidssysteem ter wereld

Uw correspondent beroofd en in elkaar geslagen in banlieue

Thursday, November 29th, 2007
Het plein waar het onheil zich eind van de middag afspeelde. Deze foto nam ik ruim anderhalf jaar geleden, toen ik al eens uitgebreid verslag deed vanuit La Grande Borne in Grigny. Op dat moment stond een auto in brand in een overdekte parkeergarage.
Slecht nieuws uit Parijs. Ik ben eind van de middag in elkaar geslagen en beroofd van mijn fototoestel en laptop in de voorstad Grigny, ten zuiden van Parijs. Vier of vijf jongens dachten dat ik ze fotografeerde en zeiden dat ik een politieagent was.
Dat was in hun ogen een geldig excuus me een trappenhuis binnen te duwen, waar ze me begonnen te slaan en daarna op mijn hoofd intrapten. Ik dacht even dat ik er geweest was. Toen ze mijn portemonnee, computer en fototoestel hadden, kon ik er vandoor glippen en de bibliotheek binnen vluchten.
Wonder boven wonder heb ik niet meer dan een paar schrammetjes opgelopen. Een uitgebreider verslag leest u hier.

Sarko in het oosten, bendes in Parijs en vrachtwagens over spoor

Sunday, September 9th, 2007
  • Morgen in de regionale kranten een reportage vanuit Gare du Nord over een conflict tussen twee bendes: GDN (Gare du Nord) en Def Mafia. Hieronder kun je uitkiezen welke je sympathieker vindt.
  • Vrijdag in het Nederlands Dagblad een stukje over president Sarkozy die wilde laten zien dat Frankrijk groter is dan Parijs alleen, door een ministerraad te organiseren in Straatsburg.
  • En morgen een verhaal bij economie in de regionale kranten over een milieuvriendelijke ‘snelweg voor vrachtwagens over spoor‘, Lorry Rail, die morgen opent. Mis het niet, zou ik zeggen.

GDN – Gare du Nord

Def Mafia

Stereotype Frankrijk: stokbrood, alpinopetjes en goede wijn? Nee, brandende auto's

Thursday, May 10th, 2007
Place de la Bastille na demonstratie tegen arbeidscontract CPE, vorig jaar

Frankrijk? U bedoelt dat land waar de voorsteden steeds in brand staan en dat keer op keer geteisterd wordt door grote geweldsuitbraken. Dat is het beeld dat bij sommigen in Nederland is ontstaan. En daar willen ze niet meer van af, heb ik het idee, in ieder geval bij veel media niet.
Ook de afgelopen dagen was het weer raak. Enkele honderden anti-democratische radicalen (volgens Le Monde anarchisten, communisten, studenten en alcoholisten) betwisten op gewelddadige wijze de verkiezingsoverwinning van Nicolas Sarkozy. Nieuws dat voor veel kranten minstens even belangrijk is als het democratische feest dat zich de afgelopen weken in Frankrijk heeft afgespeeld.
Let wel: het gaat om wellicht 1000 extremisten die zich verzetten tegen 18.983.138 kiezers; honderdduizenden Fransen die tot nog toe niet mochten stemmen, hebben zich ingeschreven op de kieslijsten; vrijwel iedereen in het land praatte de afgelopen weken en maanden over politiek, over de toekomst van het land, over al dan niet noodzakelijke hervormingen en wie die zou kunnen uitvoeren.
Vervolgens ging tot twee keer aan toe 84 procent van de bevolking stemmen, ook toen er voor veel kiezers in de tweede ronde niet echt meer een geschikte kandidaat tussen zat. Trotskisten, communisten en rechts-extremisten verloren een groot deel van hun aanhang. Vive la démocratie, schreef ik al eerder. In de VS, waar de kiezer in zekere zin de leider van de wereld mogen kiezen, is de opkomst geslaagd bij 50 procent.
Interessanter en mediagenieker is het echter wanneer er een paar (extra) auto’s in de fik vliegen. Op een gemiddelde avond branden er in Frankrijk 50 auto’s. Of wanneer anarchisten de politie uitlokken tot een relletje (of andersom). De afgelopen dagen was het geweld iedere dag geringer dan de dag ervoor, maar werd het in ieder geval op de websites van diverse Nederlandse kranten weer prominent gepresenteerd. De papieren kranten kan ik vanaf hier lastig beoordelen.
Voor de verkiezingen werd vaak voorspeld dat de voorsteden zouden branden bij een overwinning van Sarkozy. Ik schreef al vaker dat het constant aankondigen van zo’n ‘geweldsgolf’ ertoe leidt of bijdraagt dat die ook ontstaat: klant is koning in de banlieue. Als je met een camera en wat goede wil langskomst, zijn er altijd toeschietelijke jongelieden te vinden die wel wat kattekwaad uit willen halen. En dus vlogen er wat meer auto’s in de fik en kregen tv en kranten hun mooie plaatjes. Zie je wel, een nieuwe geweldsuitbraak.
Moet je er dan niets over schrijven? Ik ben geneigd te zeggen dat dat inderdaad het beste is, in dit geval althans. Ik heb de eerste protesten en het geweld van zondag genoemd in een alinea van een groter nieuwsbericht maandagochtend en toen ik de dagen erna zag dat het geweld verder afnam, leek het mij belangrijker om naar de toekomst te kijken: wat gaat Sarkozy de komende maanden en jaren allemaal veranderen, hoe moet het nu verder links en in het midden, wat staat er internationaal te gebeuren, dat soort zaken.
Mijn redactie vond dat echter niet. Zij hecht ook veel belang aan de onderwerpen hierboven, waar dan ook alle ruimte voor is, maar vindt ook dat er over geweld moet worden geschreven. ‘Het speelt nu eenmaal in Nederland, je moet een reportage maken in de voorsteden’, vonden zij. Ja, het speelt omdat de media daar onterecht veel over berichten, in Frankrijk speelt het veel minder.
En in de voorsteden is het al helemaal rustig. Ik heb gebeld met iemand die ik laatst sprak in Argenteuil, met La Grande Borne in Grigny, twee van de beruchtste buurten: er was niets aan de hand of het viel reuze mee. Het geweld dat er is, vindt juist plaats in de stadscentra, bijvoorbeeld bij Place de la Bastille in Parijs en op Place Bellecour in Lyon. De relschoppers zijn voor de verandering ook merendeels blank, en hebben eerder het profiel van de demonstrerende CPE-studenten dan van de relschoppers in de banlieue. Overenthousiaste studenten gooiden gisteren ook alvast een Parijse universiteit dicht, terwijl Sarko nog niet eens aan de macht is. Gelukkig ging die vandaag wel weer gewoon open.
Toch kun je je ook iets voorstellen bij het krantenstandpunt. Het gaat economisch niet zo goed met de meeste kranten in Nederland en een voorpagina met een brandende auto spreekt potentiële kopers vast meer aan dan de kop van Sarkozy. Ik moet toegeven dat ik zo’n brandende auto of een meisje tegenover een ME’er ook altijd best mooi beeld vind. Dan is het natuurlijk aardig een mooi verhaal bij die foto te hebben. Veel lezers vinden het waarschijnlijk spannend te lezen dat Frankrijk, dat land dat zo dichtbij ligt en dat iedereen kent, alweer ‘in brand staat’.
Min of meer vergelijkbaar is wellicht de pedofiele partij waar in Nederland vorig jaar even sprake van was, maar die – als ik het goed gevolgd heb – uiteindelijk niet meedeed aan de verkiezingen, laat staan een zetel haalde. Vrijwel alle Franse kranten berichtten erover.
Het past bij het imago van Nederland, dat land waar alles maar kan. Dat was toch al hoognodig toe aan herbevestiging, want ook in Frankrijk is doorgedrongen dat Nederland niet echt meer het land is waar alles mogelijk is. Hoe dan ook, het resultaat was dat iemand me laatst vol verbazing vroeg wat die pedofielenpartij bij ons nu in het parlement doet. Vinden wij dat dan normaal?
Ook bij de pedopartij gaat om een marginale beweging, die wel behoorlijk ‘mediageniek’ is. Als ik buitenlands correspondent in Nederland was, wat waarschijnlijk toch al geen vetpot is voor freelancers, zou ik misschien ook wel een stukje voorstellen aan mijn redactie. Zelf heb ik een repo gemaakt bij de trotskisten en bij de partij van de jagers, die uiteindelijk ook niet veel stemmen trokken.
Maar als je in de gaten krijgt dat lezers een totaal vertekend beeld krijgen van Frankrijk en Parijs, dat mijn vader zich afvraagt of de stad nu geteisterd wordt door geweld, dat mijn blog (opnieuw) steeds meer hits heeft met de zoekterm ‘reisadvies Parijs’, dan moet je goed nadenken voordat je apocalyptische stukjes de wereld inzendt.
Voor de GPD schreef ik uiteindelijk een verhaal over aard van de relletjes en dat ze niet zoveel voorstellen. De kranten konden er in ieder geval een mooie foto bij plaatsen, kijk maar. Jammer is trouwens wel dat bij het redigeren in BN/De Stem de voor mij essentiële tegenstelling tussen 19 miljoen stemmen voor Sarkozy en enkele honderden demonstranten, verloren ging. Maar goed, dat kan gebeuren als er onder tijdsdruk snel moet worden ingekort om het verhaal op de juiste lengte te krijgen.

Ik hoor graag jullie reacties. Zijn er al weekendjes Parijs geannuleerd of valt het allemaal wel mee met de berichtgeving over geweld in Nederland? Of is geweld, hoe marginaal ook, een aanleiding voor berichtgeving?

Twee eerdere berichten over dit enigszins Luyendijkiaanse dilemma:
De zwarte zwartrijder van Gare du Nord, 30 maart 2006
Banlieue blog: baldadigheid