Gisteren bracht ik een uurtje van mijn leven door in de Fédération Nationale d’Achats, de Fnac. In de veronderstelling dat mijn defecte computer te repareren viel met een nieuwe batterij had ik die twee weken eerder gekocht, maar uiteindelijk bleek het MacBook uit zichzelf weer te draaien en kon ik de batterij terugbrengen. Een tegoedbon bleek het hoogst haalbare bij de Service Après-Vente, waar ik dus een uurtje moest wachten. In de tussentijd heb ik wel stofzuigerzakken gekocht bij Darty (die anders dan Fnac ook huishoudelijke apparaten verkoopt). Die had ik al net iets langer nodig dan ik op het wereldwijde web zou moeten vermelden, maar laat ik gewoon eens transparant zijn.
De rest van de wachttijd doodde ik door een te begin te maken met Le tour du monde en quatre-vingts jours van Jules Verne. Deze klassieker zou ik als afgestudeerd student Frans natuurlijk al lang gelezen moeten hebben, maar dat is niet het geval. De lange wachtrij om een product te ruilen is niet zo fijn bij de Fnac, maar de regel dat je ieder boek onaangekocht mag lezen, is wel erg aardig. Vooral de stripafdeling is doorgaans drukker bevolkt dan de gemiddelde bibliotheek. Je mag gewoon met je nieuwe album van Asterix tegen de kast gaan zitten en het terugzetten wanneer het uit is.
Dat deed ik dus met Jules Verne terwijl ik op mijn beurt wachtte. En de strategie van de Fnac bleek te werken. Nadat ik een tegoedbon had gekregen, wilde ik het boek niet terugzetten, maar meenemen. Weinig mensen bij de kassa, dat kwam goed uit.
Het leek er zelfs op dat ik direct aan de beurt was. Een langharige jongen, op het oog een miskend artiest die tegen zijn zin voor een groot kapitalistisch bedrijf werkt maar dat voor lief neemt omdat hij uiteindelijk ontdekt hoopt te worden (ja, ja, ik heb vooroordelen), was weliswaar bezig wat papiertjes in te vullen, maar zijn kassa leek open. Ik stond op het punt te vragen of hij open was (vous êtes ouvert?), maar dacht, ofschoon het ook in het Nederlands makkelijk kan: toch best rare vraag. Ik vroeg daarom: c’est ouvert?, waarbij c’ verwijst naar de kassa, wat ook in het Nederlands vreemd zou klinken. Is dat open? Maar toch, het ging er uiteindelijk meer om of de kassa open was dan hijzelf. Zijn heerlijke Franse antwoord was dat hij een être humain was. Oui, je suis ouvert, zei hij, met de nadruk op je. Volgens mij had hij wel enige spijt van zijn bijdehante antwoord toen ik met een buitenlandse betaalpas betaalde, maar erop terugkomen zou de zaak waarschijnlijk alleen maar compliceren. De wijze les: nooit te veel nadenken voordat je naar de kassa van Fnac gaat.