Archive for the ‘beroepsethiek’ Category

Rampjournalist op Roissy Charles de Gaulle

Wednesday, June 3rd, 2009

Photobucket

Terminal 2E op luchthaven Charles de Gaulle, waar AF 447 had moeten landen. Foto: Tom Mascardo

Dit bericht begon ik gisterochtend te schrijven, maar ik had geen tijd om het af te maken.

Een rampjournalist is anders dan een ramptoerist. Dankzij rampjournalisten, die de ramp via de media doorgeven aan ramptoeristen, daalt het aantal van de tweede groep. Veel mensen vinden ramptoerisme verwerpelijk. Rampjournalistiek zou je derhalve als een nobele bezigheid kunnen zien.

Zondag was ik rampjournalist. Ik nam de RER-trein naar de luchthaven Roissy – Charles de Gaulle om verslag te doen van, zo vroeg de redactie in Den Haag, ‘de angst en vertwijfeling’ die ik daar ongetwijfeld aan zou treffen na de vermissing van de Airbus A330 van Air France, vlucht AF 447 van Rio de Janeiro naar Parijs. Op de luchthaven was zeker een honderdtal collega’s. Ik vond de angst en vertwijfeling: een groot deel van de pers (inclusief ikzelf) was bang geen verhaal te kunnen maken en we hadden geen idee wat er aan de hand was.
Uiteraard heb ik begrip voor het gegeven dat de familie en vrienden van de vermiste passagiers werden afgeschermd van de pers. Ik had hen ook niet willen vragen ‘hoe ze zich voelden over het gegeven dat de kans groot is dat hun naasten zijn neergestort in de oceaan’, maar ik had het crisiscentrum – om professionele redenen – wel van binnen willen zien. Na een halfuurtje op de luchthaven keerde ik maar weer terug naar Parijs, om het nieuws via tv en internet te volgen, waar ik sneller op de hoogte werd gebracht dan ter plaatse.

De collega van The Times

Thursday, July 24th, 2008

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=q1rMrY3RId8&hl=en&fs=1]

Leuk. Zo’n filmpje moet ik ook eens maken. Charles Bremner is correspondent in Parijs voor The Times en houdt een blog bij. Een eigen bureau met een aantal medewerkers naast Place de l’Opéra, waarover zijn krant – zo blijkt uit het filmpje – al een eeuw beschikt, hebben Elsevier, Het Financieele Dagblad of de GPD helaas niet. Hier voorlopig ook nog geen vakantie. Travailler plus pour gagner plus, luidt het motto van de president immers.

Carla Bruni-Sarkozy schrijft ook opinieverhalen

Thursday, March 20th, 2008
De nieuwe echtgenote van president Sarko kan niet alleen leuk zingen, ze heeft ook haar debuut gemaakt op de opiniepagina van Le Monde. Carla Bruni-Sarkozy geeft een lesje beroepsethiek aan de pers en in het bijzonder aan journalist Airy Routier die op nouvelobs.com publiceerde over een sms die Sarko verstuurd zou hebben aan Cécilia vlak voordat hij in het huwelijk trad met Carla: Si tu reviens, j’annule tout. De les van Bruni: journalisten moeten zich niet door geruchten laten leiden.

Een avondje rellen in de banlieue van Parijs

Monday, November 26th, 2007
Villiers-le-Bel, iets voor negen maandagavond

Waarin uw correspondent afreist naar Villiers-le-Bel, boze buurtbewoners en een geruïneerde kapper spreekt en bekogeld wordt met stenen.

Als je er middenin staat, kun je bijna niet anders oordelen: dit is een burgeroorlog, een stadsguerilla. De Franse troepen vertegenwoordigd door vervaarlijke ME’ers met helmen, schilden en knuppels aan de ene kant, de Arabieren en de zwarte Afrikanen met stokken en stenen, verscholen onder capuchons, aan de andere zijde: het doemscenario dat Jean-Marie Le Pen me in zijn villa in Saint-Cloud op een winterse dag vijf jaar geleden voorspiegelde tijdens een interview.
Rustig, even op adem komen voordat ik allemaal groteske informatie het wereldwijde web op stuur. Ik ben net terug van een paar uurtjes rellen in Villiers-le-Bel en wat ik gezien heb, was heftig, af en toe zelf angstaanjagend. Tijdens de rellen van twee jaar geleden, daarvoor en daarna ben ik meerdere malen de buurten ingetrokken, ook ‘s avonds, maar zo midden in de actie als zojuist heb ik me nog niet bevonden.
Terug naar vanavond 19:30. Op het nieuws van France 3 zie ik dat het nog rustig is na een woelige nacht gisteren in Villiers-le-Bel, 15 kilometer ten noorden van Parijs. Gisterenmiddag zijn Moushin (15) en Larimi (16) daar omgekomen, toen zij zonder helm met hun crossmotor tegen een politiewagen aanknalden. Volgens de politie gaat het om een ongeluk, volgens veel mensen in de buurt is het eerder een ‘afrekening’. De vader van Larimi heeft verteld hoe zijn zoon al eerder bedreigd was en buurtbewoners wijzen op de aanzienlijke schade aan de politieauto. De grote deuk bewijst volgens hen dat er geen sprake was van een auto die vijftig reed en per ongeluk tegen een motor op was gereden, maar van een bewuste botsing op hoge snelheid.

Verkrachting op RER D
Hoewel je erg moet uitkijken met berichtgeving over de banlieue – voor je het weet annuleert half Nederland weer zijn vakantie naar Parijs – besluit ik dat de hevigheid van gisteren (40 politieagenten en één brandweerman gewond, onder wie twee zwaar, en veel materiële schade) het rechtvaardigt toch maar eens een kijkje te nemen. Het al dan niet bezoeken van de voorsteden op zo’n moment is telkens een moeilijk dilemma, want ik ben me ervan bewust dat media-aandacht de rellen over het algemeen stimuleert. Maar ja, het gebeurt toch en het is nieuwswaardig, dus negeren kun je het ook niet.

Om acht uur zit ik in de RER-trein D naar Creil, de lijn waarop dit weekend een 23-jarige studente (journalistiek) met ruim 30 messteken werd vermoord, toen zij zich verzette tegen een verkrachting. Nu praten twee Arabische meisjes vrij luidruchtig over wie het in hun klas allemaal met wie heeft gedaan en over de laatste mode in de RER B, een andere spoorlijn in en rond Parijs: je verbergen in het hok van de machinist. Maar wel zorgen dat je niet opgemerkt wordt. Anders kost het je 600 euro boete.

Ik stap uit op station Villiers-le-Bel – Gonesse – Arnouville, waar ik meteen doorheb dat ik goed zit: al op het perron ruik je de penetrante brandlucht.
Ik heb mijn fiets in de trein meegenomen. Uit ervaring weet ik dat zo’n voorstad vaak erg groot is en bovendien geeft de fiets me de gelegenheid er weer rap vandoor te gaan als het gevaarlijk dreigt te worden.
De kaart hoef ik niet te raadplegen om in de juiste buurt te komen. Volg het spoor van vuur en vandalisme. Direct buiten het station, dat is gevestigd in de gemeente Arnouville, zie ik Villiers-le-Bel liggen. Vlak na het plaatsnaambord (foto links) staat een vuilcontainer te branden met enkele jongeren niet ver daarvandaan. Ik ben op de goede weg.
Toch sla ik een verkeerde straat in. Ik beland in een wijk vol hoogbouw, maar er is niemand op straat. Op tv heb ik gezien dat er 300 man ME op de been is, dus hier moet ik niet zijn. Een jongen roept me vriendelijk na: ‘fiets maar snel door jij’ en drie brommertjes snijden me hinderlijk de weg af. Stomme allochtoon die ik in deze buurt ben. Dan hoor ik fikse knallen enkele honderden meters achter de flatgebouwen. Daar word ik verwacht.
Langs de doorgaande weg erheen zie ik talrijke buurtbewoners richting hun huis lopen. De busdienst blijkt wegens het geweld afgeschaft. De laatste paar honderd meter lopen ze langs een lange rij ME-busjes en door een dikke laag traangas. Welkom thuis na een lange dag werken.
In de bewuste wijk hebben ze mijn komst niet afgewacht. Op een vierbaansweg ligt een auto te branden (foto boven), een andere op een parkeerterrein ondergaat eenzelfde lot. Een verontruste buurtbewoner haalt zijn vrachtwagentje daarnaast weg, voordat die ook vlam zou vatten.

Oorlogsjournalistiek
Ik zie een lange laan, waar tientallen ME’ers (CRS in het Frans) tegenover een groot vuur enkele tientallen meters verder staan. Daarachter staan de jongeren, die stenen gooien.
Ik voel de adrenaline. Oorlogsjournalistiek trekt me niet erg aan, maar dit is toch verdomde spannend. Met een omweg wil ik nog dichter bij de actie komen, niet aan de kant van de ME, maar aan de andere kant.

Dat plan slaagt. Hoewel ik op mijn fiets redelijk opval laat iedereen me met rust. Ik schrik. Ik zie een kapperszaak die compleet vernield is. Ruiten ingeslagen, wasbakken omver gegooid, spiegels kapot, alle haarspulletjes over de vloer. Eigenaar Yves Lemoigne heeft er nauwelijks woorden voor. ‘Dertig jaar zit ik in de buurt, ik kan het met iedereen goed vinden en dan sturen ze me op zo’n manier met vervroegd pensioen.’
Even verderop staan de jongens. Met stokken en stenen slopen ze alles wat ze kunnen. Ze komen richting kapperszaak gerend. ‘Blijf hier staan’, zegt Lemoignes vrouw tegen me, ‘ik hou je fiets wel vast’.
De jongens passeren. ‘Je moet hier nu echt weg’, spreekt Yves Lemoigne tegen me op vaderlijke wijze (het leeftijdsverschil is ernaar). ‘Dit is veel te gevaarlijk.’ Hij heeft gelijk.

Nicolas uit La Courneuve
Ik keer terug naar iets veiliger gebied. Twee mannen in een auto spreken me aan. Ze zijn van het 6-minuten nieuws van tv-zender M6 (zo lang kunnen kijkers van die zender naar één programma kijken). Of het goed gaat op de fiets? Ach ja, ik ben wel lekker mobiel zo.
Dan kom ik Nicolas tegen, een verhaal apart. Hij is met een vriend op zij
n racefiets uit de voorstad La Courneuve aan komen fietsen toen ze op het nieuws zagen hoe spectaculair het er in Villiers aan toe ging. Beiden zijn volgens Nicolas handicappés. Dat specificeert hij niet, maar ik vermoed dat ze een lichte mentale achterstand hebben. Dat uit zich deze avond in een panische angst en – eerlijk is eerlijk – zijn situatie is er ook wel naar.
Het probleem is dat hij zijn vriend kwijt is. Hij vreest dat die in de rellen is beland en wellicht gewond is geraakt, maar hij heeft geen idee tot wie hij zich moet richten. Bovendien is Nicolas’ Go Sport-jasje gescheurd, wat hem minstens evenzeer verontrust.
De ME is niet erg aardig tegen hem en ik weet helaas ook niet zo snel de oplossing. Beide vrienden hebben geen telefoon en Nicolas weet niet of zijn vriend de weg terug zou weten naar La Courneuve. ‘Wat ben ik toch stom’, herhaalt Nicolas maar. ‘Ik had hier nooit naar toe moeten komen.’
Vervolgens stuit ik op een groepje buurtbewoners van net boven de dertig. Ze vinden dat de jongeren groot gelijk hebben dat ze de politie te lijf gaan. Ik ben zeker chrétien, christen, vraagt een man me. Dan kan ik niet begrijpen wat hier gebeurt. Blanke Fransen noemen ze ‘Galliërs’ en de politie is zonder uitzondering racistisch. Bovendien staat die onder leiding van hun aartsvijand Sarkozy, die op dit moment in China miljardenorders binnenhaalt voor Airbus en voor kernreactorbouwer Areva. ‘Om de de dood van een paar immigranten bekommert hij zich niet.’

Bekogeld met stenen
Een gezette Antilliaanse vrouw noemt de schade die de jongeren in de buurt aanrichten dommage collatéral. Ze zegt de jongeren volledig te begrijpen. Tenzij die het zouden wagen haar auto in de brand te steken, dan zou ze er geen goed woord voor over hebben.
Terwijl zij haar fraaie statements via een Nederlands medium wereldkundig maakt, voel ik een harde steen tegen mijn arm. Vanuit een tegenoverliggende flat worden we bekogeld. ‘Wij zijn geen flikken’, roepen mijn gesprekspartners naar boven. Maar het gooien houdt aan. Ik besluit het maar weer elders te zoeken.
Na een ontmoeting met de sympathieke studente Léticia (die bewaar ik voor de kranten van morgen) en een brandend fabrieksgebouw vol auto’s, begeef ik me richting station. Ondanks storingen komt de trein vrij snel, waarna ik een halfuurtje later met mijn fiets bovengronds kom in het gemoedelijke Quartier Latin. Daar lopen de bioscoopvoorstellingen net ten einde, laven de al dan niet ‘stakende’ studenten zich aan een glas bier en genieten toeristen van slakken en kikkerbilletjes. Zelf haal ik een afhaalmaaltijd bij een Japanner. In de banlieue, aan de andere kant van de wereld op twintig kilometer afstand, blijft het tot half twee onrustig.

Le Figaro pikt mijn foto (2)

Tuesday, November 20th, 2007
Zoals ik vorige week meldde, heeft de site van Le Figaro een foto van mijn blog gepikt. Daarop heb ik een aangetekende brief gestuurd naar de hoofdredactie van de krant. Dit is de letterlijke tekst daarvan.

Tot mijn grote verbazing ontdekte ik dat de redactie van de grootste landelijke krant van Frankrijk auteursrechten schendt. Ter illustratie van uw artikel “Eurostar déplace le centre de Londres” heeft een van uw redacteurs een foto gebruikt van mijn blog, zonder mij toestemming te vragen, zonder bronvermelding en zonder betaling.

Bijgevoegd vindt u de rekening voor de publicatie van deze foto, die u kunt voldoen per cheque.

Niet bijzonder vriendelijk, maar ook niet onbeleefd in mijn ogen. Zojuist werd ik gebeld door de chef van de fotoredactie van Le Figaro. Zij was gechoqueerd door de agressieve toon (violent zei ze) en zei dat Le Figaro nooit auteursrechten schendt. De foto komt namelijk van agentschap Gamma en is gemaakt door een fotograaf van wie ze de naam niet wilde spellen. Alle informatie komt per post mijn kant op.
‘Maar heeft u mijn weblog dan bekeken? Ziet u niet dat die foto bij mij vandaan komt’, vroeg ik haar. Die moeite had ze niet genomen. ‘De foto is van Gamma, meneer. De informatie komt naar u toe.’
‘Kunt u mij dan de naam van de fotograaf spellen’, vroeg ik.
‘Nee, dat doe ik niet.’
‘En uw naam?’
‘****, dag meneer’
Toen gooide ze de hoorn erop, zonder dat ik iets terug kon zeggen.

Wellicht tijd een advocaat in handen te nemen.

Le Figaro pikt mijn foto

Tuesday, November 13th, 2007
Hmmm, op zich is het wel een compliment, maar echt blij ben ik er niet mee. Ik kom er net achter dat de site van Le Figaro, het grootste landelijke dagblad van Frankrijk, zonder toestemming, zonder bronvermelding en uiteraard zonder betaling een foto van mijn blog (zie Nieuw record Eurostar Parijs-Londen) heeft gepikt. Kijk maar, geen twijfel mogelijk. Het gaat om een foto van het nieuwe station Saint-Pancras International, dat morgen officieel in gebruik wordt genomen door de treinen van Eurostar.
Ik heb de pagina in ieder geval opgeslagen op mijn computer. Iemand tips hoe ik hier snel iets aan zou kunnen doen?

Stereotype Frankrijk: stokbrood, alpinopetjes en goede wijn? Nee, brandende auto's

Thursday, May 10th, 2007
Place de la Bastille na demonstratie tegen arbeidscontract CPE, vorig jaar

Frankrijk? U bedoelt dat land waar de voorsteden steeds in brand staan en dat keer op keer geteisterd wordt door grote geweldsuitbraken. Dat is het beeld dat bij sommigen in Nederland is ontstaan. En daar willen ze niet meer van af, heb ik het idee, in ieder geval bij veel media niet.
Ook de afgelopen dagen was het weer raak. Enkele honderden anti-democratische radicalen (volgens Le Monde anarchisten, communisten, studenten en alcoholisten) betwisten op gewelddadige wijze de verkiezingsoverwinning van Nicolas Sarkozy. Nieuws dat voor veel kranten minstens even belangrijk is als het democratische feest dat zich de afgelopen weken in Frankrijk heeft afgespeeld.
Let wel: het gaat om wellicht 1000 extremisten die zich verzetten tegen 18.983.138 kiezers; honderdduizenden Fransen die tot nog toe niet mochten stemmen, hebben zich ingeschreven op de kieslijsten; vrijwel iedereen in het land praatte de afgelopen weken en maanden over politiek, over de toekomst van het land, over al dan niet noodzakelijke hervormingen en wie die zou kunnen uitvoeren.
Vervolgens ging tot twee keer aan toe 84 procent van de bevolking stemmen, ook toen er voor veel kiezers in de tweede ronde niet echt meer een geschikte kandidaat tussen zat. Trotskisten, communisten en rechts-extremisten verloren een groot deel van hun aanhang. Vive la démocratie, schreef ik al eerder. In de VS, waar de kiezer in zekere zin de leider van de wereld mogen kiezen, is de opkomst geslaagd bij 50 procent.
Interessanter en mediagenieker is het echter wanneer er een paar (extra) auto’s in de fik vliegen. Op een gemiddelde avond branden er in Frankrijk 50 auto’s. Of wanneer anarchisten de politie uitlokken tot een relletje (of andersom). De afgelopen dagen was het geweld iedere dag geringer dan de dag ervoor, maar werd het in ieder geval op de websites van diverse Nederlandse kranten weer prominent gepresenteerd. De papieren kranten kan ik vanaf hier lastig beoordelen.
Voor de verkiezingen werd vaak voorspeld dat de voorsteden zouden branden bij een overwinning van Sarkozy. Ik schreef al vaker dat het constant aankondigen van zo’n ‘geweldsgolf’ ertoe leidt of bijdraagt dat die ook ontstaat: klant is koning in de banlieue. Als je met een camera en wat goede wil langskomst, zijn er altijd toeschietelijke jongelieden te vinden die wel wat kattekwaad uit willen halen. En dus vlogen er wat meer auto’s in de fik en kregen tv en kranten hun mooie plaatjes. Zie je wel, een nieuwe geweldsuitbraak.
Moet je er dan niets over schrijven? Ik ben geneigd te zeggen dat dat inderdaad het beste is, in dit geval althans. Ik heb de eerste protesten en het geweld van zondag genoemd in een alinea van een groter nieuwsbericht maandagochtend en toen ik de dagen erna zag dat het geweld verder afnam, leek het mij belangrijker om naar de toekomst te kijken: wat gaat Sarkozy de komende maanden en jaren allemaal veranderen, hoe moet het nu verder links en in het midden, wat staat er internationaal te gebeuren, dat soort zaken.
Mijn redactie vond dat echter niet. Zij hecht ook veel belang aan de onderwerpen hierboven, waar dan ook alle ruimte voor is, maar vindt ook dat er over geweld moet worden geschreven. ‘Het speelt nu eenmaal in Nederland, je moet een reportage maken in de voorsteden’, vonden zij. Ja, het speelt omdat de media daar onterecht veel over berichten, in Frankrijk speelt het veel minder.
En in de voorsteden is het al helemaal rustig. Ik heb gebeld met iemand die ik laatst sprak in Argenteuil, met La Grande Borne in Grigny, twee van de beruchtste buurten: er was niets aan de hand of het viel reuze mee. Het geweld dat er is, vindt juist plaats in de stadscentra, bijvoorbeeld bij Place de la Bastille in Parijs en op Place Bellecour in Lyon. De relschoppers zijn voor de verandering ook merendeels blank, en hebben eerder het profiel van de demonstrerende CPE-studenten dan van de relschoppers in de banlieue. Overenthousiaste studenten gooiden gisteren ook alvast een Parijse universiteit dicht, terwijl Sarko nog niet eens aan de macht is. Gelukkig ging die vandaag wel weer gewoon open.
Toch kun je je ook iets voorstellen bij het krantenstandpunt. Het gaat economisch niet zo goed met de meeste kranten in Nederland en een voorpagina met een brandende auto spreekt potentiële kopers vast meer aan dan de kop van Sarkozy. Ik moet toegeven dat ik zo’n brandende auto of een meisje tegenover een ME’er ook altijd best mooi beeld vind. Dan is het natuurlijk aardig een mooi verhaal bij die foto te hebben. Veel lezers vinden het waarschijnlijk spannend te lezen dat Frankrijk, dat land dat zo dichtbij ligt en dat iedereen kent, alweer ‘in brand staat’.
Min of meer vergelijkbaar is wellicht de pedofiele partij waar in Nederland vorig jaar even sprake van was, maar die – als ik het goed gevolgd heb – uiteindelijk niet meedeed aan de verkiezingen, laat staan een zetel haalde. Vrijwel alle Franse kranten berichtten erover.
Het past bij het imago van Nederland, dat land waar alles maar kan. Dat was toch al hoognodig toe aan herbevestiging, want ook in Frankrijk is doorgedrongen dat Nederland niet echt meer het land is waar alles mogelijk is. Hoe dan ook, het resultaat was dat iemand me laatst vol verbazing vroeg wat die pedofielenpartij bij ons nu in het parlement doet. Vinden wij dat dan normaal?
Ook bij de pedopartij gaat om een marginale beweging, die wel behoorlijk ‘mediageniek’ is. Als ik buitenlands correspondent in Nederland was, wat waarschijnlijk toch al geen vetpot is voor freelancers, zou ik misschien ook wel een stukje voorstellen aan mijn redactie. Zelf heb ik een repo gemaakt bij de trotskisten en bij de partij van de jagers, die uiteindelijk ook niet veel stemmen trokken.
Maar als je in de gaten krijgt dat lezers een totaal vertekend beeld krijgen van Frankrijk en Parijs, dat mijn vader zich afvraagt of de stad nu geteisterd wordt door geweld, dat mijn blog (opnieuw) steeds meer hits heeft met de zoekterm ‘reisadvies Parijs’, dan moet je goed nadenken voordat je apocalyptische stukjes de wereld inzendt.
Voor de GPD schreef ik uiteindelijk een verhaal over aard van de relletjes en dat ze niet zoveel voorstellen. De kranten konden er in ieder geval een mooie foto bij plaatsen, kijk maar. Jammer is trouwens wel dat bij het redigeren in BN/De Stem de voor mij essentiële tegenstelling tussen 19 miljoen stemmen voor Sarkozy en enkele honderden demonstranten, verloren ging. Maar goed, dat kan gebeuren als er onder tijdsdruk snel moet worden ingekort om het verhaal op de juiste lengte te krijgen.

Ik hoor graag jullie reacties. Zijn er al weekendjes Parijs geannuleerd of valt het allemaal wel mee met de berichtgeving over geweld in Nederland? Of is geweld, hoe marginaal ook, een aanleiding voor berichtgeving?

Twee eerdere berichten over dit enigszins Luyendijkiaanse dilemma:
De zwarte zwartrijder van Gare du Nord, 30 maart 2006
Banlieue blog: baldadigheid

De zwarte zwartrijder van Gare du Nord

Friday, March 30th, 2007
Het is weer zo ver. Dinsdagmiddag en -avond vond een rel plaats op het Gare du Nord in Parijs, waarbij jonge passagiers en de oproerpolitie een paar uur tegenover elkaar stonden, nadat controleurs een recidieve zwartrijder wilden beboeten. Volgens ‘experts’ kan dit het ‘mogelijke’ begin zijn van een nieuwe geweldsgolf in Frankrijk. Het gegeven dat het in een station in Parijs zelf plaatsvond, zou er bovendien op wijzen dat niet alleen de voorsteden getroffen worden, maar ook de stadscentra.
De gang van zaken in de media de afgelopen dagen is zeer opmerkelijk. Het gebeurde dinsdag en leverde kleine berichtjes op. Ik zag het toen ik ‘s avonds laat terugkwam van een reportage in Bordeaux (waarover later meer). Het was toen al te laat om er nog over te berichten en het leek me een los incident, dat het niet waard was om uitgebreid over te schrijven. Volgens de eerste berichtgeving ging het om tientallen, wellicht een honderdtal relschoppers, maar dat waren er – in ieder geval in de media – al snel driehonderd geworden.
Zonder dat er buitengewoon veel nieuwe informatie bekend werd gemaakt, werd de zaak woensdag in de media steeds groter. Dat komt goeddeels op conto van de presidentskandidaten, die allen een slaatje uit de rel willen slaan. Iedereen ter linkerzijde van kandidaat Nicolas Sarkozy vindt dat het Sarko’s schuld is: hij heeft als minister van Binnenlandse Zaken met zijn repressieve beleid de politie en de jongeren tegen elkaar opgezet. Sarko vindt dat het de schuld is van de (zwarte) zwartrijder, die al 22 keer is opgepakt en 7 keer veroordeeld, en vindt het te gek voor woorden dat links ambtenaren zou willen beletten hun werk te doen. En rechts-extremist Jean-Marie Le Pen vindt dat het de schuld is van de buitenlanders, net als de rest van de problemen in Frankrijk.
Het is uitzonderlijk dat er een gevecht uitbreekt met vernielingen op een groot station, waar bovendien – altijd zoeken naar de Nederlandse invalshoek, luidt een modern journalistiek adagium – de Thalys uit Nederland aankomt. Kortom: een nieuwsbericht waardig. Als ik thuis achter de computer had gezeten die dag, had ik dat getikt. De hele nasleep echter doet vermoeden dat media en politici eigenlijk niets liever willen dan een nieuwe geweldsgolf. De geweldsuitbraak in de voorsteden van eind 2005 was ook al goeddeels te wijten aan baldadigheid (lees hier mijn analyse van destijds) en aandachttrekkerij. Geef ze voldoende aandacht, kom met de camera, en je weet zeker dat het weer uit de hand loopt.
Een goed voorbeeld daarvan was de ‘verjaardag’ van de rellen, in oktober/november 2006. Al begin oktober speculeerden de media op de mogelijkheid van nieuw geweld. Het ‘gespuis’ in de voorsteden zou eigenlijk teleurstellen als ze rond de eerste verjaardag van het stedelijk geweld niet een paar autootjes meer dan gebruikelijk in brand zouden steken (gemiddeld verbranden er iedere nacht in Frankrijk dertig auto’s). Dat gebeurde dan ook.
Ook de eventuele overwinning op 6 mei van kandidaat Sarkozy, de aanstichter van al het kwaad volgens veel voorstadbewoners, zal volgens alle deskundologen weer tot nieuw geweld leiden. Als het maar vaak genoeg gezegd wordt, zijn de reljongeren vast de kwaadste niet en willen zij best een paar avondjes rellen.
Sarko fils de pute, Sarko fils de pute.
Ook mijn redactie belde mij gisteren met de vraag of ik bij ‘experts’ kon informeren hoe groot de kans was dat er weer geweld uitbreekt in het land. Ik zei dat ik dat om bovengenoemde reden geen goed idee vond, maar er moest een
follow-up komen, vond de redactie. Ik heb in overleg een verhaal gemaakt dat me relevanter leek, over Sarkozy die als minister van Binnenlandse Zaken nauwelijks meer veiligheid heeft gebracht, zoals hij dat zelf beweert. Daarbij fungeert de rel op Gare du Nord als illustratie. Dat staat morgen in (een deel van) de regionale kranten.

Ik ben benieuwd naar jullie mening over dit voorval.

Franse ME’ers in Parijs. Foto: Olivier van Beemen

Op bezoek bij Jean-Marie Le Pen

Sunday, March 18th, 2007
Jean-Marie Le Pen in La Trinité-sur-Mer, zijn geboorteplaats. Helemaal links
zijn vrouw Jany, rechts zijn dochter Marine Le Pen. Foto: Olivier van Beemen

Ik schreef het al, Jean-Marie Le Pen doet weer mee aan de presidentsverkiezing. Gisteren mocht de pers langskomen in zijn ouderlijk huis in het Bretonse dorpje La Trinité-sur-Mer. Erg vreemd, om met tientallen journalisten in de woning van Le Pen te staan. Een oud, Bretons huis, met een reddingsband aan de muur en op een dressoirtje een matroesjka van Saddam Hoessein. Jacques Chirac was vroeger goede vrienden met Saddam, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik niet weet wat de band is van Le Pen met de inmiddels dode Iraakse leider. Grote bewondering misschien.
Enfin, Le Pen houdt het praatje dat we van hem kennen: immigratie is slecht, alle andere kandidaten zijn slecht en als ze iets goeds zeggen, dan zei ik dat al dertig jaar geleden. Le Pen is echter tegelijkertijd bezig aan een charmeoffensief: hij wil salonfähig worden. Dat begon al een paar jaar geleden, toen ik hem al eens interviewde bij hem thuis in Saint-Cloud. Uiteindelijk kreeg ik een fotoboek van zijn leven aangeboden, dat hij signeerde met en cordial souvenir, Jean Marie Le Pen (deze handtekening). Het staat ergens verdekt onder in mijn boekenkast…
Het is dus vooral gezellig aan de Rue Vourh Coz. Na de toespraak staat een glas cider te wachten op het journaille en enkele aanhangers, terwijl een blonde dame cello speelt. Aanvankelijk twijfel ik even of ik een glas aan moet nemen van het Front National, maar niemand lijkt er echt moeite mee te hebben. Het is op kosten van de partijkas, zullen we maar zeggen.
De vragen van de Franse journalisten gaan uitsluitend over poppetjes: zou u liever Sarkozy als tegenstander hebben in de tweede ronde of Royal? Is Bayrou een nieuwe bedreiging? Dat werk. Bij de cidertafel slaag ik er ook in hem een paar vragen te stellen. Hij heeft het net over de dubbele nationaliteit gehad – die wil hij afschaffen – en het leek me wel interessant hem te vragen over de Nederlandse kwestie met Wilders, Aboutaleb en Albayrak. Ik moet toegeven: het antwoord viel ook wel te raden.
Hij is het met Wilders, van wie hij nog nooit zegt gehoord te hebben, eens. Paspoort inleveren of opstappen. ‘Zeker iemand in de regering mag nooit twee nationaliteiten hebben,’ vindt hij. Hij is verder tevreden dat Nederland de laatste jaren is veranderd van een van tolerantste landen tot een van de strengste, wat betreft immigratie. En hij vertelt, net als hij bij het interview deed, over zijn ervaring in Zeeland. Daar ging hij tijdens de overstroming in 1953 met een groepje kameraden vrijwillig heen om te helpen bij de strijd tegen het water.
We gaan lunchen. Enigszins tot mijn verbazing heeft de Franse pers er eveneens geen enkel probleem mee met de Frontleider en zijn familie rond de tafel te zitten. Ik zit aan een tafel met Marine Le Pen, zijn dochter, die volgens velen de beste kans maakt haar vader op te volgen. Het valt me op dat ze er een stuk beter uitziet dan een paar jaar geleden: ze is afgevallen, goed geknipt en draagt eenvoudige, maar stijlvolle kleren.
Tegenover me zit een fotograaf van Libération en naast me verslaggevers van France 2 en van i-Télé, sinds kort de grootste Franse nieuwszender. Allen zijn ze ervaren Le Pen-spotters. De meeste Franse stations hebben speciale teams die één kandidaat volgen, waardoor het drietal elkaar en Marine al redelijk kent. Ze keuvelen gezellig met haar.
Als Marine even opstaat, vraag ik de journalisten of de Fransen het niet best schandalig zouden vinden, als ze zouden weten dat zij hier op kosten van het Front National gezellig met de Le Pens praten. Ze denken dat dat wel meevalt. ‘Er is een normalisatie gaande, de diabolisering is voorbij,’ zegt een van hen. Hij wijst erop dat een journalist zelfs wel eens op tv gezegd heeft dat je met Marine gezellig iets kunt drinken, zonder dat dat tot grote schandalen leidde.
Ondertussen hebben zowel vader als dochter natuurlijk nog steeds dezelfde denkbeelden, die zich uiten in deze verkiezingsvoorstellen. Vrijwel ieder programmapunt heeft iets maken met immigratie, die volgens de Le Pens zo snel mogelijk moet worden stopgezet. Doorzien de kiezers dat achter de schaapskleren, vooral die van Marine Le Pen, wolven schuilgaan?
Ik heb geprobeerd in mijn verhaal dat morgen in de regionale kranten staat, de sfeer en het charmeoffensief zo goed mogelijk (in helaas weinig beschikbare ruimte) te beschrijven, waardoor je begrijpt waarom Fransen steeds minder moeite hebben met een stem op het FN. Tegelijkertijd wijs ik er op dat hij eigenlijk niet is veranderd.

Wat vinden jullie? Zit ik iets te veel aan te pappen met de Le Pens of is het gewoon mijn werk als journalist?

Wat gebeurt er met het wrak van Lady Di's limo?

Wednesday, December 6th, 2006
Gisteren ondervond ik hoe de Britse tabloidpers te werk gaat. Sunday Mirror had Jean-François Musa geïnterviewd, de Franse verhuurder van de limousine waarin prinses Diana en haar vriend Dodi al-Fayed zijn omgekomen. De kop bij het verhaal luidt: Disgusting – plan to sell Princess Diana Limo. En daaronder: EXCLUSIVE French owner of Diana death limo wants it back.. to sell for £1m.
Musa zou een rechtszaak zijn begonnen om het wrak terug te krijgen. Dat is binnenkort beschikbaar na afronding van het heropende onderzoek naar het ongeval (of, volgens diverse complottheorieën: de aanslag). Hij zou het voor 1,4 miljoen euro willen verkopen. De Telegraaf nam het bericht klakkeloos over, zonder bronvermelding.
Toen ik Musa zelf ondervroeg, bleek het iets genuanceerder te liggen. De journalisten hadden Musa erop gewezen dat het autowrak binnenkort vrijkomt. Musa had al eerder zijn auto teruggevraagd (afgewezen) en wil die nog steeds terug. Het is tenslotte zijn eigendom, vindt hij. En hij heeft er naar eigen zeggen nooit een cent voor teruggezien. Maar hij is op dit moment geen rechtszaak begonnen, zoals de krant beweert. De verslaggevers wezen hem erop dat de auto misschien wel een miljoen pond op kan leveren. Dat herhaalde hij, waarna het een citaat was uit zijn mond.
Zelf zegt hij dat hij het wrak eerst aan Mohamed Al-Fayed aan zal bieden, of aan de familie van Diana, de Spencers, bijvoorbeeld voor het ‘Diana museum’ in Althorp. Zij zouden de kostprijs van de auto (30.000 euro) moeten betalen en de geleden schade (hij kon de auto niet meer verhuren). ’50.000, maximaal 100.000 euro,’ zei Musa. Dat kun je nog steeds schandalig vinden, maar het is al een stuk minder disgusting dan de Sunday Mirror wil doen geloven.
Als zij het wrak niet willen, biedt hij het wel voor een commerciëlere prijs aan, maar dat noemt Musa zeer ‘speculatief’. Beetje jammer was dat hij vervolgens zei: ‘Ik ben niet geïnteresseerd in geld, want ik ben al rijk… van binnen. Wij Fransen zijn rijk van binnen’.
Mijn veronderstelling is dat Musa inderdaad iets wil overhouden aan het ongeval, maar dat hij niet de verschrikkelijke geldwolf is uit de Sunday Mirror. Ik vermoed dat France bashing een belangrijke drijfveer is geweest voor dit verhaal. Ik heb de verslaggever overigens nog gebeld en een boodschap op zijn voicemail achtergelaten, maar hij heeft niet teruggebeld.
Lees mijn verhaal onder meer in BN/De Stem.