Archive for the ‘banlieue’ Category

BANLIEUE BLOG: Dmin je te dirè

Friday, March 17th, 2006

Coucou olivier ba jné pa vu bocou 2 monde ojordui a coz d grév mé dmin je te dirè dsl de npa av rép je mangé

Deze sms ontving ik gisteravond van ‘Julie’, de dochter van Françoise Bruneau (nog steeds geen echte namen), die ik even tevoren gebeld had. Ik had haar gevraagd of ik haar en enkele vrienden kan interviewen over hun perceptie van de buurt en hun dagelijks leven. Nieuwe quizvraag: wat heeft ze mij precies geantwoord?

De Franse jeugd, vooral in mindere buurten, heeft een reputatie hoog te houden op het gebied van taalvernieuwing. Het bekendst is het verlan, waarin woorden omgedraaid worden (als je de lettergrepen van à l’envers omdraait, krijg je met een beetje goede wil verlan). Enkele voorbeelden zijn fou - ouf, femmemeuf, flickeuf, arabe - rebeu (en daarna weer beur), juif - feuj, noirrenoi, françaiscéfran, louchechelou, famillemifa, en ik heb zelfs wel eens Rakchi gehoord, voor de geliefde president van het land.

De sms-taal is ook steeds wijdverbreider, net als Nederland trouwens zo’n taal kent, maar naar mijn idee in mindere mate. Corrigeer mij als ik ongelijk heb. Op internetfora en weblogs is de spelling van Julies sms de nieuwe standaard. Haar weblog en de reacties op haar teksten zijn een goed voorbeeld. Als ik haar toestemming krijg, zet ik een link op mijn site.
Het probleem is natuurlijk dat de taal van Molière, zoals Fransen hun taal graag noemen, een tweede taal dreigt te worden voor de gebruikers, die op school gesproken moet worden en in het arbeidsproces. In de Wafa Phone heb ik tijdens mijn internetsessies al een aantal keren jongeren uit de buurt horen bellen met officiële instanties, bijvoorbeeld voor een baan. Het klinkt onnatuurlijk als ze proberen over te schakelen van hun banlieuetaal naar het Frans, en het gaat niet iedereen even goed af.

BANLIEUE BLOG: Markt

Thursday, March 16th, 2006
Foto’s: Olivier van Beemen

Op donderdag- en zondagmorgen komt het winkelcentrumpje van La Grande Borne, dat door de concurrentie met hypermarchés en de vele overvallen nauwelijks nog winkels heeft, helemaal tot leven. Dan is het markt.
Helaas had ik weinig tijd eens uitgebreid met de marktlieden te spreken, want ik zit inmiddels in het Quartier Latin in Parijs. De afspraak met mijn werkgever GPD (persbureau voor regionale kranten) was dat ik terug zou komen bij grootse evenementen, en het studentenprotest tegen het arbeidscontract voor jongeren (CPE) begint zulke vormen aan te nemen, dat ik er wel een verhaal aan moet wijden. Even op en neer forenzen naar Parijs dus en vanavond weer terug gewoon in mijn buurt.

BANLIEUE BLOG: Wat staat er op de foto?

Thursday, March 16th, 2006
Foto: Olivier van Beemen
Ook in La Grande Borne gaat mijn wekelijkse fotoquiz gewoon door, zij het iets aangepast: welke beroemde persoon staat op het gebouw op deze foto? Spelregels en prijs: hier.

Eerdere foto’s
foto 8 / foto 7 / foto 6 / foto 5 / foto 4 / foto 3 / foto 2 / foto 1

BANLIEUE BLOG: Banlieue

Thursday, March 16th, 2006
Fransen noemen het geheel van voorsteden om een grote stad la banlieue. Eén enkele voorstad, zoals Grigny, waar ik nu zit, is une banlieue. Niet alleen Parijs en grote steden als Marseille en Lyon kennen die, maar ook kleinere provinciesteden als Dijon of Metz. De term is dus niet noodzakelijkerwijs verbonden aan slechte wijken. Plaatsen als Versailles of het zeer rijke Neuilly-sur-Seine zijn ook banlieues.
Over de oorsprong van het woord banlieue zijn meerdere versies in omloop. Er is gezegd dat het een plek is waar alle activiteiten plaatsvinden die men uit de stad wilde verjagen, verbannen. Vooral in de huidige context van de probleemwijken is dat een verklaring die logisch klinkt.
Volgens Pierre Merlin echter is het tegenovergestelde waar. Hij kan het weten, want hij is auteur van Les banlieues des villes françaises. Het gaat juist om de lieue (oude Franse lengtemaat, 5555 meter) rond de stad, waar de stadsautoriteit (le ban) nog steeds geldt.
Nu geldt die niet meer. Een banlieue is een zelfstandige gemeente en hoort – rond Parijs – zelfs bij een ander departement. Het criterium om tegenwoordig tot de banlieue te behoren, is afhankelijkheid van de nabijgelegen stad, bijvoorbeeld voor werk of vertier.
Een complicerende factor vormen de in de jaren vijftig bedachte villes nouvelles: Evry, Melun, Marne-laVallée, Cergy-Pontoise en Saint-Quentin-en-Yvelines. Dat zijn steden nabij Parijs, die zo gebouwd zijn dat de bewoners – in theorie – voorzien in al hun behoeften en aangenaam leven leiden, zonder naar Parijs te hoeven.
Grofweg wordt de hele regio Ile-de-France (11 miljoen inwoners) vaak als banlieue van Parijs beschouwd, maar bij de villes nouvelles en bij steden als Etampes, Mantes-la-Jolie en Meaux, die zo’n vijftig kilometer van Parijs liggen, valt daarover te twisten.

BANLIEUE BLOG: Toch weer een brandende auto

Wednesday, March 15th, 2006
Place de la Carpe. Foto: Olivier van Beemen

Eén uur ’s middags. Ik fiets door La Grande Borne en laat me opnieuw verrassen door de talrijke speelse gebouwen en kunstwerken in de buurt. Ik zal er zeker nog een keer een bericht aan wijden.
Terwijl ik een huis in zeer slechte staat fotografeer, komt een sterke rooklucht me tegemoet. Verderop zie ik een menigte jongelui, bij het hoger gelegen Place de la Carpe. Ik was er die ochtend nog voor de bibliotheek en het Centre de l’Emploi et de la Formation.
Twee brandweerlieden staan midden op het plein en worden omgeven door dikke, zwarte rook. De politie verbiedt me dichterbij te komen en te fotograferen. Ik moet mijn perskaart tonen, waarvan de politie telefonisch de echtheid checkt. Het duurt lang en ik protesteer dat ik toch zeker het recht heb te fotograferen als ik wil, maar de agent dreigt mijn camera te confisqueren. Mijn ‘en de vrijheid van de pers dan?’ en ‘is dit soms een totalitaire staat?’ helpen weinig, maar na een telefoontje mag ik dan toch foto’s maken.
In de ondergrondse parkeergarage onder het plein blijkt een auto in brand gestoken te zijn. Gevaar voor uitbreiding van het vuur en instorting is er volgens de politie niet. Ook toegesnelde medewerkers van elektriciteitsbedrijf EDF constateren dat er geen verder gevaar dreigt. Voor de hulpdiensten zit de routineklus er weer op. ‘Dagelijks is overdreven’, zegt de agent, ‘maar minstens één keer per week is het wel raak.’
Veel Nederlanders zullen pas tijdens de rellen eind vorig jaar op de hoogte geraakt zijn van het Franse voorstedelijke fenomeen van autootje in de fik steken. De meeste Fransen weten wel beter. Sinds de jaren negentig gaan er gemiddeld zo’n tienduizend auto’s in vlammen op in Frankrijk. Vooral oudejaarsnacht is een favoriete gelegenheid en ook de nacht van de nationale feestdag, op 14 juli, doet het altijd goed. Maar het gebeurt dus ook gewoon op doordeweekse middagen, zoals nu.
Ik vraag de brandweer of ik mee mag de garage in, maar die vindt dat te gevaarlijk. De politieagent vraagt me waar mijn fiets staat. ‘Tegen die boom, op slot,’ wijs ik hem. Hij lacht me minzaam toe. ‘Op slot zegt hier niets. En je mag blij zijn dat je je camera nog hebt. Ze houden hier niet zo van journalisten, moet u weten.’
We raken aan de praat, waarbij hij me op de meeste vragen antwoordt dat ik bij zijn superieuren moet zijn, die ik deze week nog zal benaderen. Of hij vermoedt dat de daders tussen de toekijkende jongeren staan: ‘Dat zou heel goed kunnen,’ zegt hij.

Uiteraard ben ik nog steeds van mening dat de banlieue niet gereduceerd moet worden tot een plek waar auto’s verbranden, maar het valt moeilijk te ontkennen dat het een alledaags fenomeen is.

Brandweerlieden breken de nooduitgang naar de parkeergarage open, waar een auto in brand staat. Foto: Olivier van Beemen

BANLIEUE BLOG: Kon ze maar vertellen wat ze weet…

Wednesday, March 15th, 2006
La Grande Borne, niet het blok van Bruneau. Foto: Olivier van Beemen

Nog steeds trilt Françoise Bruneau (58 jaar, niet haar echte naam, net als andere namen in dit bericht). Ik ontmoette haar vier maanden geleden, de ochtend na hevige rellen in La Grande Borne. Zij heeft de pech precies op de plek te wonen waar de gevechten plaatsvonden tussen de ME en de relschoppende jongeren.
Ze woont op de begane grond, vlak aan de straat. Ze stond in haar ochtendjas, had pijn in haar keel en haar vijftienjarige dochter Julie lag ziek op bed. Er was die nacht met luchtgeweren geschoten en de ME had gereageerd met traangas, die ook het appartement van Bruneau binnen was gedrongen. Het was de zoveelste keer dat ze tegen haar zin getuige was van stedelijk geweld in La Grande Borne. Voor haar is het leven in La Grande Borne, in tegenstelling tot anderen, wel een permanente beproeving.
Ik vraag Bruneau en haar dochter mee uit eten. Een ontmoeting bij haar is uitgesloten, te riskant, vindt ze. De keuze in La Grande Borne bestaat behalve de hamburgerrestaurants Quick en McDonald’s min of meer uit een drietal snelwegrestaurants, die toevallig vlak naast de buurt liggen. We eten in Buffalo Grill, waar Bruneau zelf een kleine tien jaar geleden werkte. Tot ze haar arm brak en haar werk niet langer kon doen. Ze werd ontslagen en heeft sindsdien geen nieuwe baan gevonden. Nu is ze te oud, dat weet ze zeker.
Ze heeft niet alleen de pech dat haar huis vlak naast het gebruikelijke slagveld staat, maar ook nog eens dat een deel van het racaille (tuig) bij haar in het gebouw woont. Haar trappenhuis is een verzamelpunt van blowende jongeren. Bruneau: ‘En weet ik niet wat ze verder nog allemaal gebruiken.’
Ze moet vragen of ze mag passeren, als ze binnenkomt. Geluidsoverlast is permanent en tussen twee schilderbeurten worden de muren steevast opgesierd met teksten als ‘Nick la France, Nike les keufs of Sarko, nick ta mère’ (inclusief inconsequente spelling): Fuck Frankrijk, de politie en Sarko, fuck je moeder. Ook gebruiken ze, indien nodig, de kelderdeur als urinoir. Toen Bruneau die laatst met veel chloor reinigde en een papiertje ophing ‘respect begint bij het respecteren van je buren’, hoorde ze hoe dat papier verscheurd werd zodra ze weer binnen was.
Tegelijkertijd moet ze de jongens, tussen de 15 en 22 jaar oud, te vriend houden, bang als ze is. Vaak zijn zij dan ook weer vriendelijk tegen haar. Zo heeft ze een keer een kop chocolademelk voor ze gemaakt, waarop de jongens vol dankbaarheid antwoordden dat nog nooit iemand dat voor ze gedaan had. En als ze om een sigaret, vloeitjes of aansteker vragen en ze heeft die in huis, geeft ze die, ondanks dat ze weet dat ze (ook) de aansteker niet terugkrijgt. Het lijkt op een misselijk machtsspel, waarbij het doel is Bruneau tot wanhoop te drijven, wat redelijk slaagt.
Ook dochter Julie vindt de jongens, van wie sommigen leeftijdsgenoten zijn, irritant. Vooral haar vriendje moet het ontgelden, omdat hij net als zij blank is en omdat hij uit een redelijk goede buurt komt. ‘Dat zien ze als verraad,’ zegt ze. ‘Eigenlijk zou ik met een van hun moeten zijn.’
Françoise Bruneau zou veel over ze kunnen vertellen. ‘Als ik op honderden kilometers zou wonen en zeker wist dat ik veilig was, zou ik de politie nuttige tips kunnen geven,’ zegt ze. Na enig aandringen en de absolute garantie dat ik haar echte naam niet noem, noch duidelijkheid geef over haar adres, wil ze het mij wel vertellen. Haar dochter zegt op dat moment: ‘Mam, die jongens kunnen al geen Frans lezen, laat staan Nederlands.’
Bruneau: ‘Je weet dat er die nacht met jachtgeweren is geschoten, waarbij een aantal agenten gewond raakte, en dat er een enorme hoeveelheid molotovcocktails is gegooid. Die kwamen van mijn bovenburen. Ik heb de jongens naar buiten zien komen met de geweren en de flesjes, we konden het nauwelijks missen. De ouders wisten ervan en ik heb ze daarop aangesproken, maar ze wilden het er niet over hebben. De politie weet niet wie geschoten heeft.’
Het gaat hier om een ‘Frans-Frans’ (franco-français, of français de souche) gezin, van wie de zoon deel uitmaakt van de groep. Volgens Bruneau is de jongen een soort goedzak, die door de andere jongens, merendeels zwart of Arabier, niet helemaal serieus wordt genomen en die op deze manier erbij probeert te horen.
Ze weet precies wanneer het misging in haar pand. Toen ze er net woonde, in de jaren tachtig, was ze gelukkig. De woning is groot en goedkoop: ze betaalt minder dan honderdvijftig euro voor een driekamerappartement.
‘Toen de vrouw van buurman Sébastien overleed, zag de buurt hoe ongelukkig hij was,’ vertelt ze. ‘Hij is een goede kerel, maar enigszins zwakbegaafd. Hij had een nieuwe vrouw nodig. Een Marokkaans gezin zag zijn kans schoon en bracht hem in contact met een familielid, een verschrikkelijke vrouw, die slechts om hem gaf voor de papieren.
‘Ze bleek later niet één, zoals ze beweerde, maar twee zonen te hebben, die beiden Ali heten. Hun komst heeft geleid tot de verziekte sfeer in het gebouw.’ Een van de Ali’s (nogmaals: niet hun echte naam) werd tijdens de rellen opgepakt en is nu net weer vrij.
‘Die jongens weten dat ik de waarheid ken over de geweren. En ik ben op de hoogte van nog veel meer: ze roken hier bijvoorbeeld niet alleen, maar dealen ook.’ Om loslippigheid te voorkomen, is Bruneau al meermaals bedreigd. Ze zullen haar deur (met vier sloten) in komen schoppen en haar dochter en haar levend verbranden. ‘En dat zijn geen praatjes,’ verzekert Bruneau.
‘Doodsbang in eigen huis,’ kopte ik mijn verhaal destijds. Ruim vier maanden later is dat niet veranderd en ondanks herhaalde aanvraag maakt Bruneau geen enkele kans op een andere woning.

BANLIEUE BLOG: Zieltjes winnen voor Jehova

Tuesday, March 14th, 2006
Foto: Olivier van Beemen
Ludwig Dorville (links) en Daniel Simon zijn bekende figuren in La Grande Borne. Ze zijn Jehova’s getuigen en met de bijbel binnen handbereik proberen ze zieltjes te winnen in de buurt. ‘Soms reageren de bewoners gewelddadig, maar de meesten zijn geïnteresseerd in onze missie,’ zegt Simon.
Ze gaan van deur tot deur, maar hebben de laatste tijd grote moeilijkheden, want steeds meer huizen hebben een entreecode, waardoor je niet meer direct aan kunt bellen.
Simon: ‘We merken dat ze ons blad graag willen lezen, maar ze sluiten zich niet gauw aan. Niet meer roken, weinig drinken en geen drugs meer is voor sommigen een te groot offer.’ Toch beweren ze dat er zo’n 120 à 130 Jehova’s in de buurt wonen.
Zelf zijn ze beiden iets verderop gehuisvest, in redelijk goede buurten met kleine vrijstaande huisjes. Ze zijn niet erg te spreken over La Grande Borne. ‘Alle ellende van de wereld komt hier samen,’ zegt Simon. Ook op de architectuur, door velen juist geprezen, hebben ze kritiek. ‘De blokken zijn te dicht op elkaar gebouwd,’ vinden ze. ‘Ze zouden architecten moeten dwingen een tijd lang in de wijken te wonen die ze zelf hebben ontworpen.’

BANLIEUE BLOG: Google

Tuesday, March 14th, 2006
Foto: Olivier van Beemen
Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat veel internetgebruikers hun leven steeds meer uit handen geven aan Google. Persoonlijk e-mail ik, doe ik al mijn zoekacties en houd ik mijn weblog bij op sites van Google. Alles wordt opgeslagen…
In La Grande Borne blijkt dat Google ook iets over een buurt kan vertellen. In de belshop Wafa Phone waar ik het merendeel van mijn berichten online zet, is het mogelijk de zoekacties van vorige gebruikers te zien, een bloemlezing:
  • Abidjan (economische hoofdstad van Ivoorkust)
  • Air Algérie
  • Annonce nounou (advertentie voor oppas)
  • Anpe (arbeidsbureau)
  • Asile territoriale
  • Assedic (instantie voor werkloosheidsuitkeringen)
  • Avant-projet de loi Sarkozy (voorontwerp van de wet van Sarkozy)
  • Bodyguard
  • Caf Evry (subsidie-instelling van nabijgelegen stad Evry)
  • Caissière
  • Emploi (werk)
  • France asile
  • Intérim (uitzendwerk)
  • Islam web
  • Loi sur l’émigration des années 2002 et 2003 (emigratiewet van 2002/2003)
  • Orly Alger
  • Régularisation de mariage mixte (het ‘voor de wet in orde maken’ van een gemengd huwelijk)
  • Sportif de haut niveau boxe française (topsporter Frans boksen)

Een dergelijk stukje had het inspirerende Bondy Blog van het Zwitserse tijdschrift L’Hebdo ook.

BANLIEUE BLOG: Voorsteden Parijs geen Tsjetsjenië

Tuesday, March 14th, 2006
Foto Olivier van Beemen
Ruim twee jaar geleden maakte ik voor Elsevier een reportage over de buurt Les Pyramides in de – vanuit Grigny – nabijgelegen stad Evry. Ook dat is zo’n probleembuurt, met hoge werkloosheid, slecht onderhouden huizen, veel allochtonen en een hoge criminaliteit. Voor fotomateriaal schakelden we een fotograaf in via het Franse nationale persbureau AFP.
Hij was net als ik niet in het bezit van een auto, maar we konden een auto van AFP meekrijgen. De fotograaf had expliciet gevraagd om een auto zonder logo, maar zag tot zijn teleurstelling dat die allemaal al vergeven waren die dag.
In de auto mét logo vertelde de fotograaf me over zijn ambities. Hij was nu nog freelancer, vooral voor AFP, maar wilde graag in vaste dienst bij ze worden aangenomen. Hij droomde ervan om reportages te maken op plekken die in de schijnwerpers staan. Zo was hij graag naar Ivoorkust gaan, waar de vlam toen behoorlijk in de pan was geslagen, of nog liever, naar Bagdad.
De voorsteden (banlieues) van zijn eigen woonplaats daarentegen waren voor hem een ander verhaal. Al op de snelweg A6 (die ‘mijn buurt’ La Grande Borne afsnijdt van de rest van Grigny) vertelde hij me hoe graag hij weer aan de andere kant zou rijden, wat zou betekenen dat de reportage er weer op zat. Hij had al talrijke verhalen gehoord van collega´s die met stenen zijn bekogeld en waren aangevallen.
Eenmaal in de wijk durfde hij zijn auto nauwelijks uit. Als hij het deed, liet hij hem aanstaan, zodat hij razendsnel weer zou kunnen optrekken bij naderende dreiging. Ook durfde hij bijna geen mensen te fotograferen, wat foto’s meestal juist het interessantst maakt.

Als een Parijse fotograaf van het nationale persbureau al een beeld heeft van de banlieue als één grote gevarenzone, dan is het niet vreemd dat minder mondaine mensen in binnen- en buitenland dat ook hebben. Dat is ook weer niet verbazingwekkend, want 90 procent van de keren dat de voorsteden in het Franse nieuws komen, is het negatief. Maak daar buiten Frankrijk maar 100 van.
Tijdens het stedelijk geweld eind vorig jaar bereikte de negatieve visie begrijpelijkerwijs een hoogtepunt. Het departement Seine-Saint-Denis stond in brand, Parijs stond in brand, Frankrijk stond in brand. Zelf heb ik me er aanvankelijk, beïnvloed door de spectaculaire televisiebeelden, ook enigszins schuldig aan gemaakt, zij het niet in die mate.
Toen ik tijdens de onlusten met een Nederlandse fotograaf, gestuurd door de GPD dit keer, door de ‘brandende gebieden’ reed, bleek hoe relatief het allemaal was. We hebben op het hoogtepunt van de rellen een urenlange nachtelijke rit door vrijwel alle probleemwijken van le neuf-trois (het befaamde departement Seine-Saint-Denis) gemaakt, en geen rotje horen afgaan.
Toch gaf Rusland een officieel negatief reisadvies uit en verkondigde de Russische pers triomfantelijk dat ook het immer betweterige Frankrijk zijn eigen Tsjetsjenië kent. Ook Nederland waarschuwde zijn inwoners niet de voorsteden in te trekken. Zelfs een groepje vrienden mailde me ongerust of het wel verantwoord was met de auto naar Parijs te komen voor mijn huisopwarmfeestje. Ze hadden gehoord dat de rellen nu ook al het centrum van Parijs bereikt hadden en dat ze langs Saint-Denis moesten. (Uiteindelijk werd de auto niet in brand gestoken, maar weggesleept wegens fout parkeren.)

Vrijwel iedere keer dat ik in zo’n ‘gevoelige wijk’ kom, valt de rust me weer op die er heerst, sereniteit zou ik bijna zeggen. Zo ook gisteren toen ik in La Grande Borne aankwam en tijdens de voorbereidende bezoeken. Een mooi winterzonnetje scheen over het grote autovrije en groene gebied midden in de wijk. Ok, er lígt vuil op straat, veel auto’s vállen half uit elkaar, net als sommige huizen, maar daartussen voetballen de kinderen, speelt een groep ouderen (allen van buitenlandse origine) jeu de boules (zie dit bericht) en zie je opvallend veel contact tussen mensen met verschillende huidskleuren.
Meisjes en jonge vrouwen discussiëren vooral met zijn tweeën, jongens hangen vaak rond in groepjes. Hoewel sommigen zich tijdens de rellen vast hebben misdragen (laten we niet naïef zijn en de wijk te veel idealiseren), gaat er geen enkele dreiging van ze uit.
Het is een van de redenen dat ik hier een tijdje ben gaan zitten: ondanks alle misstanden en problemen is zelfs een Parijse voorstad een met een slechte reputatie zoals La Grande Borne in Grigny, geen permanente levende hel, zoals je zou kunnen denken.

Dit blog is ook te volgen op de site van Elsevier.

BANLIEUE BLOG: 'Parijs te gevaarlijk'

Monday, March 13th, 2006
Vincent Cabrimol. Foto: Olivier van Beemen
Vincent Cabrimol (67) kijkt toe bij een spelletje pétanque van zijn vrienden. Hij woont bijna dertig jaar in La Grande Borne en zou nooit ergens anders willen wonen. Toen hij uit in 1975 uit Martinique (Franse Antillen) kwam, woonde hij eerst een tijdje in Parijs. ‘Geen ruimte, iedereen woont op elkaar in Parijs. Hier is veel groen en we hebben veel grotere appartementen.’ En de rellen in november en eerdere incidenten, doen die hem niet twijfelen? ‘Ach, er gebeurt overal wel wat,’ zegt hij.
Op de Antillen was hij metselaar. ‘Dat wilde ik in Frankrijk opnieuw worden, maar dat bleek niet zo makkelijk als op Martinique. Daar ging je gewoon op een werkplaats langs en vroeg je of ze iemand nodig hadden. In Frankijk is het veel complexer, met een arbeidsbureau enzo,’ zegt Cabrimol.
Bovendien vond hij metselen veel te koud in de Franse winter. Hij besloot kok te worden, deed een opleiding en vond een baan in de schoolkantine van het Collège Jean Vilar in La Grande Borne.
‘Nu ben ik met pensioen. Dat is nog beter,’ zegt hij. Vervelen doet hij zich nooit in de buurt, waarvan een van de vaak gehoorde klachten is dat er niets te doen is. ‘Ik speel en kijk naar het jeu de boules, zoals nu. En ik ga naar voetbalwedstrijden in de buurt.’
Hij herinnert zich dat hij ook twee keer in Parijs naar het voetbal ging, naar Paris Saint-Germain, in het Parc des Princes. ‘Maar dat doe ik niet meer. Daar werd alleen maar gevochten. Veel te gevaarlijk.’