Archive for the ‘banlieue’ Category

Het Franse lied: IAM – Petit frère

Friday, November 9th, 2007
Rechtstreeks uit Marseille, de rapgroep IAM. Een van hun beste liedjes is Petit Frère, over de jonge mannetjes in de arme wijken die in de voetsporen willen treden van oudere (vaak criminele) buurtgenoten, grands frères. De songtekst vind je bij de reacties.

Het Franse lied:

Bénabar – Le Dîner * Mano Negra – Pas assez de toi / Mala vida * Charlotte Gainsbourg – The songs that we sing * La Rue Kétanou – Des cigales dans la fourmilière * Têtes Raides – Saint-Vincent * Dave – Vanina * Saez - Jeune et con * France Galle – Ella, elle l’a * Louise Attaque – Je t’emmène au vent * Indochine – L’aventurier * Abd Al Malik – Gibraltar * Olivia Ruiz – La femme chocolat * Jean-Michel Jarre – Oxygène * Zebda – Je crois que ça va pas être possible * Johnny Hallyday – Que je t’aime * Les fatals Picards – L’amour à la française * Noir Désir – Le vent nous portera * Alain Souchon – Le baiser * Cali – C’est quand le bonheur ?

Bestrijdingsmiddel tegen daklozen

Thursday, September 6th, 2007
Claude Monet, Pont d’Argenteuil (1874), Musée d’Orsay in Parijs

Maandag was ik in Argenteuil, een plaats die ooit vooral bekend was van een schilderij van Claude Monet, Pont d’Argenteuil. Nu is de voorstad van Parijs onlosmakelijk verbonden met de term ‘racaille’, gespuis, omdat toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy er tijdens een nachtelijk bezoek in 2005 zei dat hij de buurt daarvan zou verlossen. De wijk Val d’Argent heeft de reputatie als een van Frankrijks beruchtste getto’s, waar sommige politici een bezoek brachten louter en alleen om te laten zien dat ze dat durfden. Sarkozy daarentegen, die beloofd had terug te keren, kwam niet meer.

Dominique, Sylvie en Tahar bij het winkelcentrum Côté Seine in Argenteuil

De rechtse burgemeester van het plaatsje, George Mothron (UMP), heeft er genoeg van. ‘Onze stad is geen dierentuin’, is een van zijn slogans. Hij is bezig om zijn stad leefbaarder te maken.

Behalve Val d’Argent, waar duizenden mensen in belabberde omstandigheden wonen, is een groepje stinkende daklozen in een overdekt hoekje van het winkelcentrum Côté Seine, hem een doorn in het oog.
Het spelen van klassieke muziek om hen te verjagen, dat in een aantal steden schijnt te werken, was geen optie: ze bevinden zich aan de buitenzijde van het complex, waar het wat vreemd zou zijn muziek te spelen.
De gemeente moet toen gedacht hebben: we bestrijden hen met eigen middelen. Ze bestelde een soort bestrijdingsmiddel, Malodore (slechte geur), dat de reinigingsdienst op hun leefplek moest spuiten. Dat zou verder ongevaarlijk zijn. De versie van de betrokken daklozen die ik sprak in Argenteuil, was iets anders. Het middeltje leidt volgens hen tot braakpartijen en dagenlange ziekte.
Veel bewoners zijn verontwaardigd. ‘Daklozen zijn geen kakkerlakken,’ vertelde iemand me in het winkelcentrum. Lees het volledige verhaal vandaag in de GPD-kranten, waaronder het Nederlands Dagblad.

Stereotype Frankrijk: stokbrood, alpinopetjes en goede wijn? Nee, brandende auto's

Thursday, May 10th, 2007
Place de la Bastille na demonstratie tegen arbeidscontract CPE, vorig jaar

Frankrijk? U bedoelt dat land waar de voorsteden steeds in brand staan en dat keer op keer geteisterd wordt door grote geweldsuitbraken. Dat is het beeld dat bij sommigen in Nederland is ontstaan. En daar willen ze niet meer van af, heb ik het idee, in ieder geval bij veel media niet.
Ook de afgelopen dagen was het weer raak. Enkele honderden anti-democratische radicalen (volgens Le Monde anarchisten, communisten, studenten en alcoholisten) betwisten op gewelddadige wijze de verkiezingsoverwinning van Nicolas Sarkozy. Nieuws dat voor veel kranten minstens even belangrijk is als het democratische feest dat zich de afgelopen weken in Frankrijk heeft afgespeeld.
Let wel: het gaat om wellicht 1000 extremisten die zich verzetten tegen 18.983.138 kiezers; honderdduizenden Fransen die tot nog toe niet mochten stemmen, hebben zich ingeschreven op de kieslijsten; vrijwel iedereen in het land praatte de afgelopen weken en maanden over politiek, over de toekomst van het land, over al dan niet noodzakelijke hervormingen en wie die zou kunnen uitvoeren.
Vervolgens ging tot twee keer aan toe 84 procent van de bevolking stemmen, ook toen er voor veel kiezers in de tweede ronde niet echt meer een geschikte kandidaat tussen zat. Trotskisten, communisten en rechts-extremisten verloren een groot deel van hun aanhang. Vive la démocratie, schreef ik al eerder. In de VS, waar de kiezer in zekere zin de leider van de wereld mogen kiezen, is de opkomst geslaagd bij 50 procent.
Interessanter en mediagenieker is het echter wanneer er een paar (extra) auto’s in de fik vliegen. Op een gemiddelde avond branden er in Frankrijk 50 auto’s. Of wanneer anarchisten de politie uitlokken tot een relletje (of andersom). De afgelopen dagen was het geweld iedere dag geringer dan de dag ervoor, maar werd het in ieder geval op de websites van diverse Nederlandse kranten weer prominent gepresenteerd. De papieren kranten kan ik vanaf hier lastig beoordelen.
Voor de verkiezingen werd vaak voorspeld dat de voorsteden zouden branden bij een overwinning van Sarkozy. Ik schreef al vaker dat het constant aankondigen van zo’n ‘geweldsgolf’ ertoe leidt of bijdraagt dat die ook ontstaat: klant is koning in de banlieue. Als je met een camera en wat goede wil langskomst, zijn er altijd toeschietelijke jongelieden te vinden die wel wat kattekwaad uit willen halen. En dus vlogen er wat meer auto’s in de fik en kregen tv en kranten hun mooie plaatjes. Zie je wel, een nieuwe geweldsuitbraak.
Moet je er dan niets over schrijven? Ik ben geneigd te zeggen dat dat inderdaad het beste is, in dit geval althans. Ik heb de eerste protesten en het geweld van zondag genoemd in een alinea van een groter nieuwsbericht maandagochtend en toen ik de dagen erna zag dat het geweld verder afnam, leek het mij belangrijker om naar de toekomst te kijken: wat gaat Sarkozy de komende maanden en jaren allemaal veranderen, hoe moet het nu verder links en in het midden, wat staat er internationaal te gebeuren, dat soort zaken.
Mijn redactie vond dat echter niet. Zij hecht ook veel belang aan de onderwerpen hierboven, waar dan ook alle ruimte voor is, maar vindt ook dat er over geweld moet worden geschreven. ‘Het speelt nu eenmaal in Nederland, je moet een reportage maken in de voorsteden’, vonden zij. Ja, het speelt omdat de media daar onterecht veel over berichten, in Frankrijk speelt het veel minder.
En in de voorsteden is het al helemaal rustig. Ik heb gebeld met iemand die ik laatst sprak in Argenteuil, met La Grande Borne in Grigny, twee van de beruchtste buurten: er was niets aan de hand of het viel reuze mee. Het geweld dat er is, vindt juist plaats in de stadscentra, bijvoorbeeld bij Place de la Bastille in Parijs en op Place Bellecour in Lyon. De relschoppers zijn voor de verandering ook merendeels blank, en hebben eerder het profiel van de demonstrerende CPE-studenten dan van de relschoppers in de banlieue. Overenthousiaste studenten gooiden gisteren ook alvast een Parijse universiteit dicht, terwijl Sarko nog niet eens aan de macht is. Gelukkig ging die vandaag wel weer gewoon open.
Toch kun je je ook iets voorstellen bij het krantenstandpunt. Het gaat economisch niet zo goed met de meeste kranten in Nederland en een voorpagina met een brandende auto spreekt potentiële kopers vast meer aan dan de kop van Sarkozy. Ik moet toegeven dat ik zo’n brandende auto of een meisje tegenover een ME’er ook altijd best mooi beeld vind. Dan is het natuurlijk aardig een mooi verhaal bij die foto te hebben. Veel lezers vinden het waarschijnlijk spannend te lezen dat Frankrijk, dat land dat zo dichtbij ligt en dat iedereen kent, alweer ‘in brand staat’.
Min of meer vergelijkbaar is wellicht de pedofiele partij waar in Nederland vorig jaar even sprake van was, maar die – als ik het goed gevolgd heb – uiteindelijk niet meedeed aan de verkiezingen, laat staan een zetel haalde. Vrijwel alle Franse kranten berichtten erover.
Het past bij het imago van Nederland, dat land waar alles maar kan. Dat was toch al hoognodig toe aan herbevestiging, want ook in Frankrijk is doorgedrongen dat Nederland niet echt meer het land is waar alles mogelijk is. Hoe dan ook, het resultaat was dat iemand me laatst vol verbazing vroeg wat die pedofielenpartij bij ons nu in het parlement doet. Vinden wij dat dan normaal?
Ook bij de pedopartij gaat om een marginale beweging, die wel behoorlijk ‘mediageniek’ is. Als ik buitenlands correspondent in Nederland was, wat waarschijnlijk toch al geen vetpot is voor freelancers, zou ik misschien ook wel een stukje voorstellen aan mijn redactie. Zelf heb ik een repo gemaakt bij de trotskisten en bij de partij van de jagers, die uiteindelijk ook niet veel stemmen trokken.
Maar als je in de gaten krijgt dat lezers een totaal vertekend beeld krijgen van Frankrijk en Parijs, dat mijn vader zich afvraagt of de stad nu geteisterd wordt door geweld, dat mijn blog (opnieuw) steeds meer hits heeft met de zoekterm ‘reisadvies Parijs’, dan moet je goed nadenken voordat je apocalyptische stukjes de wereld inzendt.
Voor de GPD schreef ik uiteindelijk een verhaal over aard van de relletjes en dat ze niet zoveel voorstellen. De kranten konden er in ieder geval een mooie foto bij plaatsen, kijk maar. Jammer is trouwens wel dat bij het redigeren in BN/De Stem de voor mij essentiële tegenstelling tussen 19 miljoen stemmen voor Sarkozy en enkele honderden demonstranten, verloren ging. Maar goed, dat kan gebeuren als er onder tijdsdruk snel moet worden ingekort om het verhaal op de juiste lengte te krijgen.

Ik hoor graag jullie reacties. Zijn er al weekendjes Parijs geannuleerd of valt het allemaal wel mee met de berichtgeving over geweld in Nederland? Of is geweld, hoe marginaal ook, een aanleiding voor berichtgeving?

Twee eerdere berichten over dit enigszins Luyendijkiaanse dilemma:
De zwarte zwartrijder van Gare du Nord, 30 maart 2006
Banlieue blog: baldadigheid

De zwarte zwartrijder van Gare du Nord

Friday, March 30th, 2007
Het is weer zo ver. Dinsdagmiddag en -avond vond een rel plaats op het Gare du Nord in Parijs, waarbij jonge passagiers en de oproerpolitie een paar uur tegenover elkaar stonden, nadat controleurs een recidieve zwartrijder wilden beboeten. Volgens ‘experts’ kan dit het ‘mogelijke’ begin zijn van een nieuwe geweldsgolf in Frankrijk. Het gegeven dat het in een station in Parijs zelf plaatsvond, zou er bovendien op wijzen dat niet alleen de voorsteden getroffen worden, maar ook de stadscentra.
De gang van zaken in de media de afgelopen dagen is zeer opmerkelijk. Het gebeurde dinsdag en leverde kleine berichtjes op. Ik zag het toen ik ‘s avonds laat terugkwam van een reportage in Bordeaux (waarover later meer). Het was toen al te laat om er nog over te berichten en het leek me een los incident, dat het niet waard was om uitgebreid over te schrijven. Volgens de eerste berichtgeving ging het om tientallen, wellicht een honderdtal relschoppers, maar dat waren er – in ieder geval in de media – al snel driehonderd geworden.
Zonder dat er buitengewoon veel nieuwe informatie bekend werd gemaakt, werd de zaak woensdag in de media steeds groter. Dat komt goeddeels op conto van de presidentskandidaten, die allen een slaatje uit de rel willen slaan. Iedereen ter linkerzijde van kandidaat Nicolas Sarkozy vindt dat het Sarko’s schuld is: hij heeft als minister van Binnenlandse Zaken met zijn repressieve beleid de politie en de jongeren tegen elkaar opgezet. Sarko vindt dat het de schuld is van de (zwarte) zwartrijder, die al 22 keer is opgepakt en 7 keer veroordeeld, en vindt het te gek voor woorden dat links ambtenaren zou willen beletten hun werk te doen. En rechts-extremist Jean-Marie Le Pen vindt dat het de schuld is van de buitenlanders, net als de rest van de problemen in Frankrijk.
Het is uitzonderlijk dat er een gevecht uitbreekt met vernielingen op een groot station, waar bovendien – altijd zoeken naar de Nederlandse invalshoek, luidt een modern journalistiek adagium – de Thalys uit Nederland aankomt. Kortom: een nieuwsbericht waardig. Als ik thuis achter de computer had gezeten die dag, had ik dat getikt. De hele nasleep echter doet vermoeden dat media en politici eigenlijk niets liever willen dan een nieuwe geweldsgolf. De geweldsuitbraak in de voorsteden van eind 2005 was ook al goeddeels te wijten aan baldadigheid (lees hier mijn analyse van destijds) en aandachttrekkerij. Geef ze voldoende aandacht, kom met de camera, en je weet zeker dat het weer uit de hand loopt.
Een goed voorbeeld daarvan was de ‘verjaardag’ van de rellen, in oktober/november 2006. Al begin oktober speculeerden de media op de mogelijkheid van nieuw geweld. Het ‘gespuis’ in de voorsteden zou eigenlijk teleurstellen als ze rond de eerste verjaardag van het stedelijk geweld niet een paar autootjes meer dan gebruikelijk in brand zouden steken (gemiddeld verbranden er iedere nacht in Frankrijk dertig auto’s). Dat gebeurde dan ook.
Ook de eventuele overwinning op 6 mei van kandidaat Sarkozy, de aanstichter van al het kwaad volgens veel voorstadbewoners, zal volgens alle deskundologen weer tot nieuw geweld leiden. Als het maar vaak genoeg gezegd wordt, zijn de reljongeren vast de kwaadste niet en willen zij best een paar avondjes rellen.
Sarko fils de pute, Sarko fils de pute.
Ook mijn redactie belde mij gisteren met de vraag of ik bij ‘experts’ kon informeren hoe groot de kans was dat er weer geweld uitbreekt in het land. Ik zei dat ik dat om bovengenoemde reden geen goed idee vond, maar er moest een
follow-up komen, vond de redactie. Ik heb in overleg een verhaal gemaakt dat me relevanter leek, over Sarkozy die als minister van Binnenlandse Zaken nauwelijks meer veiligheid heeft gebracht, zoals hij dat zelf beweert. Daarbij fungeert de rel op Gare du Nord als illustratie. Dat staat morgen in (een deel van) de regionale kranten.

Ik ben benieuwd naar jullie mening over dit voorval.

Franse ME’ers in Parijs. Foto: Olivier van Beemen

Naar Offside van Jafar Panahi in de 9-3

Monday, January 29th, 2007
Eén keer eerder bezocht ik Le Blanc-Mesnil. Dat was eind 2005, tijdens de uitbraak van stedelijk geweld in de Franse voorsteden. Hier lees je een uitgebreid verslag van het eerdere bezoek aan dat stadje in het departement Seine-Saint-Denis, dat Fransen meestal neuf trois (9-3) noemen.
Vorige week was ik er opnieuw, dit keer met een leukere missie: de bioscoop Louis Daquin was een van de laatste filmhuizen rond Parijs waar de Iraanse film
Offside (Hors Jeu in het Frans) draaide, van regisseur Jafar Panahi. Ik was aan de late kant en had niet zo goed gecheckt waar de bioscoop zich bevond. In een drukke straat, ging ik maar van uit: zo veel zal het voorstadje er niet hebben.
In het centrum bleek het lastiger dan vermoed. Veel volk was er niet en ik vroeg de weg aan twee jongens, die Nicolas Sarkozy wellicht als
racaille zou bestempelen: jonge Fransen van Arabische afkomst met een net iets te dure auto, geparkeerd voor de pinautomaat (lang leve de tendentieuze journalistiek…). Die weigerde aanvankelijk meer dan twintig euro aan ze te geven. Later gaf-ie dan toch het dubbele. Opvallend: euro’s noemden ze ‘dollars’. ‘Die zijn toch veel minder waard?’ zei ik. ‘Maakt niet uit,’ vonden ze.
Toen ontstond er een lastige situatie. Ja hoor, ze kenden Louis Daquin wel. ‘Nog een redelijk eindje lopen, we brengen je wel met de auto.’ Lastig, omdat je je racistisch voelt bij het antwoord ‘nee dank je, ik loop wel’ en naïef bij het antwoord ‘ja graag’. Voor ik het door had, koos ik voor naïviteit. Dat werkt toch ontwapenend, schijnt.
Bon, ze bleken erg aardig te zijn en ik mocht me weer eens gelukkig prijzen om mijn nationaliteit en adoptiestad van herkomst, Amsterdam (vijf jaar in Amsterdam studeren en je dan Amsterdammer noemen, zo een ben ik er). Beide werken ook ontwapenend.
Tussen haakjes: laatst in een gesprek met een Oostenrijks meisje besefte ik nog eens hoe gelukkig je je mag prijzen als Nederlander in oppervlakkige contacten. Oostenrijker zijn blijkt zo mogelijk nog lastiger dan Duitser, wat mij af en toe al geen sinecure lijkt. Ze vertelde dat een meisje het noemen van haar nationaliteit beantwoordde met de mededeling dat ze het achterhuis van Anne Frank bezocht had. ‘Dat is niet in Oostenrijk, maar in Amsterdam,’ zei de Oostenrijkse. ‘Weet ik,’ zei de Française. Laten we maar niet te diep nadenken over wat ze nu precies wilde zeggen.
Ik dwaal af. De jongens zetten me af voor de bios, wensten me een goede avond en ik deed hetzelfde. De film ging over een zestal meisjes dat niet bij de beslissende kwalificatiewedstrijd van Iran mocht zijn, voor het WK voetbal in Duitsland van vorig jaar. De vrouwelijke helft van de Iraanse bevolking heeft namelijk een permanent stadionverbod. Hoewel de amateur-acteurs af en toe niet heel sterk overkwamen, was de film zeker de moeite waard.
Ik was deze levensgevaarlijke onderneming begonnen, omdat Wordt Vervolgd, het tijdschrift van Amnesty International, mij gevraagd had regisseur Jafar Panahi te interviewen. Die zou namelijk in Parijs wonen. Ze wilden graag dat ik hem zou interviewen, omdat zijn film vanaf maart ook in Nederland zou draaien
Het bleek om een misverstand te gaan. Panahi woont in Teheran, de stad waar NRC-collega Thomas Erdbrink een fraai weblog bijhoudt. Ondertussen had ik de film wel gezien, dus zou ik hem dan maar telefonisch interviewen.
Totdat bleek dat Panahi naar Rotterdam kwam voor het filmfestival. Hoewel wij hier in mei Cannes hebben (waarvoor ik nu zo ongeveer de accreditatie zou moeten regelen en dan wellicht alsnog geweigerd zou worden), sla ik Rotterdam zelden over.
Dus vervroegde ik mijn trein en begaf me afgelopen vrijdag naar Rotterdam, waar ik de Jafar Panahi ontmoette. Zijn Engels bleek beperkt, maar een vriendelijke tolk bracht uitkomst. Lastig werken overigens, met zo’n tolk. Dat was de eerste keer voor me. Het resultaat mag je zelf beoordelen in het komende nummer van
Wordt Vervolgd.

De banlieue een jaar later

Wednesday, November 1st, 2006
Op vakantie in de VS las ik in een aantal Amerikaanse kranten hoe verslaggevers – bijna tevreden – vaststelden dat er een jaar na de onlusten in de Franse voorsteden bijna niets veranderd is en hoe de overheid de arme buurten nu alweer vergeten is. Dat is ietwat kort door de bocht. De regering doet wel degelijk haar best de situatie te verbeteren, maar honderden verpauperde getto’s veranderen nu eenmaal niet in een jaar in woonparadijsjes. Ik schreef er gisteren dit verhaal over.

Bye NYC, hi La Grande Borne

Monday, October 30th, 2006
Foto Christiaan van Beemen
Gisterochtend ben ik teruggekomen van een rondreis door de Verenigde Staten, die me onder meer langs San Francisco, Los Angeles, Grand Canyon, mammoetbomen, Las Vegas, Washington, Philadelphia en New York voerde. A la japonaise, zeg maar. Erg indrukwekkend.
Ondertussen rommelt het weer in de Franse buitenwijken. Een ongeschreven wet wil immers dat correspondenten op vakantie (of op reportage) zijn als er grootse evenementen gebeuren in hun land.
Dit keer was de schade (voor zowel de banlieue als voor mij) relatief beperkt, met uitzondering van een zwaargewonde jonge vrouw in Marseille, die niet op tijd uit een in brand gestoken bus kon ontsnappen en nog steeds in levensgevaar verkeert.
Gisterenmorgen kon ik dus direct na aankomst van mijn vliegtuig op Paris Charles de Gaulle en het thuisbrengen van mijn bagage een RER-trein pakken naar een voorstad voor een korte reportage uit La Grande Borne. Het had wel wat weg van een eerdere spoedoperatie richting buitenwijken, toen ik uit de Pyreneeën moest komen.
Ik ken die wijk al redelijk goed, omdat ik daar in maart een kleine week doorbracht om zo’n slechte buurt echt goed te leren kennen. Ik had langer willen blijven, maar de studentenprotesten in mijn eigen buurt tegen het CPE brachten me vroegtijdig terug. Hieronder de links naar de berichten met foto’s uit La Grande Borne en naar eerdere berichten over de problematiek in de voorsteden.

BANLIEUE BLOG:
19/03/2006 Voortijdig einde
17/03/2006 Baldadigheid
17/03/2006 Ironie
17/03/2006 Dmin je te dirè
16/03/2006
Markt
16/03/2006 Wat staat er op de foto?
16/03/2006 Het woord ‘banlieue
15/03/2006 Kon ze maar vertellen wat ze weet
15/03/2006 Toch weer een brandende auto
14/03/2006 Zieltjes winnen voor Jehova
14/03/2006 Google
14/03/2006 Voorsteden Parijs geen Tsjetsjenië
13/03/2006 ‘Parijs te gevaarlijk’
13/03/2006 RER
12/03/2006 Een bloeiperiode heeft de wijk niet gekend
26/02/2006 Lunch in Quick
24/02/2006 Correspondent in de banlieue

Eerdere berichten:
09/01/2006 Herinnering: de banlieue
22/12/2005 Bondy Blog
12/12/2005 Transvaalbuurt op springen?
07/12/2005 Flasback: van de Pyreneeën naar de voorsteden van Parijs

Vooral de berichten Baladigheid en Kon ze maar vertellen wat ze weet geven – in alle bescheidenheid – een aardige kijk op de problematiek.

BANLIEUE BLOG: Voortijdig einde

Sunday, March 19th, 2006
Ik zei het al: quelle ironie. Zit ik in een van de ‘heetste’ buurten van het land, slaat de vlam in de pan in je eigen, vrij chique wijk Quartier Latin. In overleg met de GPD-redactie heb ik besloten in Parijs te blijven tot de studentenprotesten voorbij zijn. Op een later tijdstip zal ik terugkeren naar La Grande Borne. Wordt zeker vervolgd.
Bovendien werd mijn weblog de afgelopen dagen geteisterd door technische problemen bij mijn provider Blogger. Die zijn nu – als het goed is – over.

BANLIEUE BLOG: Baldadigheid

Friday, March 17th, 2006
Laat ik maar eens met de deur in huis vallen: volgens mij valt het wel mee met de ‘eisen’ en de ‘onvrede’ van zowel de voorstedelijke relschoppers in november als de studenten en de lycéens van nu. De Franse en een groot deel van de internationale pers maken in mijn ogen de fout dat ze beide bewegingen veel te serieus nemen.
Eerst de banlieue. Natuurlijk zijn er talloze misstanden in de voorsteden: mede als gevolg van discriminatie is het voor jongeren moeilijk aan een baan te komen, huurhuizen zijn slecht onderhouden en leraren beginnen in het Franse systeem hun carrière meestal tegen hun zin in een probleemwijk, terwijl juist ervaren leraren gewenst zouden zijn.
Ongetwijfeld zal de frustratie daarover mee hebben gespeeld in ‘de opstand van de voorsteden’, maar de belangrijkste motivatie was volgens mij baldadigheid, ‘overheidje pesten’. Want wat deden de ‘gerevolteerde jongeren’? Ze staken (en steken) de auto’s van hun buren in de fik, hun eigen bussen, scholen, winkels en de bedrijven waar hun ouders werkten.
Toen relschoppers op zaterdag 5 november auto’s en twee scholen in brand staken in Grigny II, een ‘concurrerende probleemwijk’, reageerde La Grande Borne een nacht later: al het glas uit de bushokjes en de telefooncellen, auto’s in de fik en beschietingen op de ME met een luchtgeweer. ‘Wat Grigny II kan, kunnen wij ook, nee beter.’
Ik heb een behoorlijk aantal relschoppers gesproken destijds. Ik weet uiteraard dat ze journalisten niet serieus nemen, maar met een aantal had ik het idee redelijke gesprekken te voeren. Als je ze vraagt naar hun beweegredenen, hoor je dat iedereen elkaar napraat. ‘Ouais, Sarko noemt ons racaille (tuig; dat was inderdaad heel dom van Sarkozy). Als hij oorlog wil, dan kan-ie die krijgen ook.’ En daarom steken jullie de auto van je buren in de fik en bekogelen jullie de brandweer met stenen? ‘Dat vinden ze niet erg, dat begrijpen ze,’ antwoordde iemand me.
Opvallend vond ik dat vooral de Franse media de relschoppers steevast neutraal jeunes bleven noemen en almaar wees op hun slachtofferpositie. Het lijkt me een belediging voor die voorstadbewoners, bijvoorbeeld de meeste meisjes, die met onderwijs en hard werken een beter leven nastreven.

Voor de rebellerende studenten en scholieren hebben de Franse media nóg meer sympathie. De situatie: het Franse parlement, rechtstreeks door het volk gekozen, neemt een wet aan waarmee de regering hoopt eindelijk iets te doen tegen de voortdurende jeugdwerkloosheid, die bijna een op de vier werkzoekende jongeren treft.
Een van de voorstellen is het ‘eerstebaan-contract’ (CPE), een nieuw arbeidscontract voor jongeren onder de 26. Een proeftijd van twee jaar moet werkgevers over de streep trekken jongeren aan te nemen. Onder de nu geldende wetgeving heeft een werknemer zoveel rechten, dat de baas nooit meer van hem of haar af kan komen als het even later toch minder goed blijkt te gaan, ofwel met het bedrijf, of met de werknemer. Twee jaar onzekerheid is natuurlijk bijzonder onaangenaam, maar ik denk dat het te prefereren is boven werkloosheid.
Daar kun je het mee oneens zijn. Dan kun je de straat op gaan om dat te laten zien en hopen dat de regering inziet dat het misschien geen goed idee is. Maar als zij dat niet doet, moet je je neerleggen bij de beslissing van de volksvertegenwoordigers. Volgend jaar zijn er verkiezingen. Als een meerderheid het met je eens is, heb je dan een nieuwe regering die het anders zal doen.
Voor veel Fransen ligt een dergelijke redenering dichtbij ‘fascisme’. Je moet naar de straat luisteren, ook al staat op absolute hoogtijdagen maximaal twee procent van de bevolking op straat. Als je niet luistert, ben je geen democraat.
Wat willen de demonstranten dan? Ik heb het hen en ook een aantal vrienden die fervent tegenstander zijn van het CPE gevraagd. Het antwoord luidt steevast: ‘Wij willen meer goede, vaste banen.’ Ja, maar dat proberen linkse en rechtse regeringen al tientallen jaren tevergeefs te bewerkstelligen. Hoe moeten die er dan komen, die vaste banen? In het beste geval volgt dan stilte, in andere (de meeste) gevallen begint het discours dat het allemaal de schuld is van het kapitalisme en het liberalisme of gewoon van Amerika.
De Franse pers stelt dit soort vragen over het algemeen niet. Die bericht slechts dat het verzet tegen de regering aanhoudt, dat de moedige studenten niet opgeven. Dat ze zelfs een motregenbuitje trotseren en dat de opkomst in geval van vakantie weliswaar iets lager was, maar dat ze er nog steeds met duizenden stonden. Blijkbaar is een vakantie-uitstapje voor veel studenten nog net iets belangrijker dan een strijd voor de toekomst. De pers heeft daar gelukkig begrip voor.
Toen ik zelf een paar keer meedeed aan een staking in de vierde of de vijfde van mijn middelbare school in Haarlem, betekende dat: biertjes kopen en met een groepje naar Amsterdam. Met pech raakte je in de optocht verzeild, waarvan je nauwelijks wist waarvoor of -tegen ze demonstreerden. Maar we kwamen vooral voor de muziekoptredens, de spanning (we streden érgens voor, eeuh waarvoor ook al weer?) en een leuk dagje uit.
Naar mijn indruk geldt in Frankrijk voor het merendeel precies hetzelfde. Veel demonstranten die ik ondervroeg, waren nauwelijks op de hoogte van de inhoud van het CPE en genoten van een zonnige dag in het centrum van Parijs. Bij de alimentations (levensmiddelenzaakjes) nabij de demonstratie stonden rijen jongeren grote blikken (meestal Nederlands) zwaar bier in te slaan of ze maakten in een groepje een fles wijn meester. Overal rook het naar wiet.
En als de rellen ‘s avonds uit de hand lopen, gaat het volgens de pers steevast om een ongeregeld groepje, die eigenlijk niet bij de studentenbeweging hoort. Het gaat vaak echter wel degelijk om Sorbonne-studenten die de ME bekogelen. Ze bewezen hoe diep ze kunnen zinken door bibliotheekboeken naar beneden te gooien. In totaal berokkenden ze hun universiteit voor tienduizenden euro’s schade.
Dat is geen revolte, dat is baldadige criminaliteit, net als de acties van de jongeren in de banlieue.

BANLIEUE BLOG: Ironie

Friday, March 17th, 2006
Quartier Latin lijkt steeds meer op oorlogsgebied. Foto: Olivier van Beemen
De ironie van het lot: terwijl ik in een van de befaamde probleembuurten van Frankrijk verblijf, werd ik gisteren teruggeroepen om een reportage te maken in het – doorgaans – toeristenparadijs Quartier Latin, waar ik zelf woon. Na een wandeling langs de militaire zone rond de Sorbonne en wat interviewtjes rond de Place d’Italie, waar gisteren de dagelijkse demonstratie tegen het CPE plaatsvond, kon ik weer terug naar mijn rustige buurt in Grigny.
Terwijl ik op de bus naar het Gare de Lyon stond te wachten, vertelde een toekomstige medepassagier bovendien dat er gevechten waren uitgebroken bij het eindpunt van de optocht, bij Sèvres-Babylone in het chique zesde. Terug in mijn Etap Hotel zag ik op het achtuurjournaal dat er ook op het plein voor de Sorbonne weer gereld werd. Twee studenten journalistiek van Sciences-Po, die ik ondervraagd had, kondigden dat al aan.